Posted on Leave a comment

Even zeiken

Zo aan de vooravond van Kerstmis moet ik gewoon even zeiken. Ik heb nog niet nagedacht waarover, maar als het toetsenbord eenmaal rammelt dan komt het vanzelf. Van mijn uitgever uit een ver verleden mocht ik tegen niemand zeggen dat alle rottigheid die er dan uitrolt als het ware gedicteerd wordt door een hogere macht, maar nu ik allang niet meer schrijf op een manier die taalkundigen zou moeten charmeren mag ik daar rustig voor uitkomen.

Zoals ik al zei: het wordt gedicteerd. Ik kan in een prima humeurtje zijn en tevreden naar mijn kopje koffie kijken om een moment later het toetsenbord naar me toe te trekken en vervolgens alles wat lief en dierbaar is af te fakkelen. Ben ik eenmaal klaar met het betoog dan is die kop koffie waar ik me zo op had verheugd allang koud.

Nu zit ik hier en de hogere macht zwijgt. Zou het dan toch zo zijn dat het blonde leeghoofd in het café gelijk had toen ze ooit beweerde dat alle mannen vroeg of laat wijwater gaan pissen?

Als het maar in een krachtige straal komt, had ik toen nog luchtig geantwoord, maar nu beangstigt die uitspraak me.

Net zoals de opmerking van een eindredacteur, die toen ik wat lang doorzeurde over iets wat in mijn eerste zin al duidelijk genoeg was geworden, nuchter constateerde dat oude mannen nu eenmaal wat nadruppelen.

Nog even en ik ga lijken op zo’n beeldend kunstenaar in een dorp met drieduizend zielen die helemaal in zijn eigen grootheidswaan opgaat omdat niemand hem ooit van kritiek voorziet. Men maakt in kleine gemeenschappen nu eenmaal liever geen vijanden.

U ziet het hier nu gebeuren. Zonder die hogere macht sta ik eigenlijk alleen tegen mijn eigen broekspijp aan te zeiken.

Posted on Leave a comment

Wijwater pissen

Zij, midden zestig en maatje 34, liep naast me over de gracht. Ze was nog steeds de mooie vrouw die ze altijd al was geweest. Ze droeg dezelfde spijkerbroek als haar kleindochter die ik even daarvoor de hand had geschud. Ik had nog net de uitroep: ‘Zó, jij bent een grote meid geworden!’ weten te onderdrukken, hoewel mijn verbazing oprecht was want ik had het kind sinds haar vierde niet meer gezien en nu was ze getrouwd met een eigen kind op komst.

Waar heb je het over met een vrouw waar je decennia geleden een kortstondige relatie mee hebt gehad? Ik keek naar haar kapsel dat eruit zag alsof elke haar apart geverfd en geknipt was. ‘Je hebt een goede kapper, dat zou voor mij ook wel wat zijn,’ zei ik.

‘Nee hoor, doe ik zelf. Gewoon twee tinten PolyColor. Net geen coupe soleil, maar wel een stuk natuurlijker dan dat blond van die kantoormeisjes.’

Ze hield er niet van om al te duur over te komen met haar grachtenpand van zeven miljoen Euro dat ze ooit met het krakerscollectief waar ze deel van uitmaakte voor 30.000 gulden had overgenomen van de gemeente Amsterdam. Ze sprak ook niet graag over de rest van het collectief dat ze met veel moeite en weinig geld al snel na overname het pand had uitgewerkt.

Wat bepreek je met een vrouw die eigenlijk nergens over wil praten? Dan blijft er maar een enkel onderwerp over. De ex-echtgenoot. Ik zie dat onderwerp altijd als een fragmentatiebom op de conversatie met elke vrouw van mijn generatie. Wordt dat onderwerp eenmaal aangesneden, dan weet je twee dingen zeker; er vallen geen stiltes meer, maar je komt voor de rest van de middag ook geen seconde meer aan het woord.

‘Hoe gaat het eigenlijk met je ex?’ De wanhoop in mijn stem moet hoorbaar geweest zijn, maar ze stak enthousiast van wal.

Alles wat ik indertijd ook al tot vervelens toe had moeten aanhoren werd me opnieuw voorgeschoteld. Zijn obsessieve vreemdgaan, zijn drankgebruik en vooral zijn verkeerde beslissingen op het vlak van financiën.

Zelf vond ik het altijd wel een aardige man. Hij maakte levensgrote schilderijen van zeer voluptueuze vrouwen, van alle soorten vrouwen eigenlijk als ze maar geen maatje 34 hadden en blond haar. De Sturm und Drang die het werk uitstraalde was bijna verpletterend te noemen.

Het laatste wat ik vernomen had was dat hij een grote tentoonstelling in New York had met gigantische afbeeldingen van tulpen. Dat laatste had me verbaasd. Ik onderbrak haar monoloog en vroeg hoe het mogelijk was dat haar ex zo laat in zijn leven van thema was gewisseld.

‘Ach, zo gaat dat nu eenmaal met mannen,’ zei ze. ‘Vroeg of laat gaan jullie toch allemaal wijwater pissen?’

Ik keek zwijgend voor me uit.

‘Of wil je zeggen dat jij wel nog steeds met dat motorclubje van je op stap gaat?’

Met dat motorclubje doelde ze op de BDSM scene. Ik dacht terug aan de avonden dat ik haar vergeefs had geprobeerd uit te leggen wat fetisjisme en sado-masochisme nu eigenlijk in de praktijk inhielden en dat het beeld in de media niet altijd zo realistisch was. Nu zweeg ik. Ik had geen zin dezelfde oude discussies weer op te rakelen. Het was zinloos. Alles leek zinloos op dat moment.

Ze keek me spottend aan, terwijl ik neutraal voor me uit probeerde te kijken, totdat ze in lachen uitbarstte.

‘Zie je wel, ook jíj bent wijwater gaan pissen!’