Posted on Leave a comment

Brede zitvlakken

Gisteren heb ik de debatten gevolgd over de dood van Dolmatov en de politieke consequenties die daar eventueel uit voort zouden kunnen vloeien. In Nederland weet je dan eigenlijk van tevoren al wat de uitkomst van zo’n debat zal zijn. Onze politici blijven doorgaans zitten. De breedte van hun zitvlak lijkt daarbij een grotere rol te spelen dan de omvang van hun blunders.

Meer dan eens tijdens die lange live uitzending van de debatten had ik het gevoel dat ik van ergernis een hartinfarct zou krijgen, omdat ik me veel te betrokken voelde bij deze kwestie.

Ik ben namelijk in het afgelopen jaar, na 56 jaar zonder overtredingen – zelfs geen parkeerbon of snelheidsovertreding – tweemaal gearresteerd. De eerste keer wegens zelfverdediging en dat was een serieuze zaak. De politie vond dat ik onevenredig of ongepast geweld had gebruikt naar mijn agressor. Mijn dader/slachtoffer had namelijk een bloedneus. Ik mocht mijn geluk voor de rechter beproeven en daarmee een strafblad riskeren of op cursus bij de Reclassering en ik heb voor het laatste gekozen, omdat ik mij vanwege werkzaamheden in de USA geen strafblad kan veroorloven.

De cursus leek een eeuwigheid te duren. Een half jaar lang bijna elke maandag naar een dadersclub waar niemand me heeft kunnen vertellen wat dan wel evenredig of gepast geweld is wanneer iemand je probeert te wurgen en tegelijkertijd je schedel op de rand van het aanrecht probeert te kraken. Wel veel geleerd. Zo vertelde een jongeman mij dat je nooit je ‘bitch’ doordeweeks in elkaar moet slaan, maar altijd op vrijdag- of zaterdagmiddag, omdat de politie dan geen celruimte vrij heeft. Of je nu wel of niet over een ‘bitch’ beschikt, zoiets blijft toch interessante informatie.

De tweede keer dat ik gearresteerd werd was wegens openbare dronkenschap. U moet zich bij ‘openbare dronkenschap’ geen plein of nachtelijk steegje voorstellen, maar mijn eigen slaapkamer. Jawel, openbare dronkenschap in mijn eigen slaapkamer. Ik had misschien zes bier gedronken over een tijdsbestek van vijf uur en ik was op bezoek geweest bij mensen die me dusdanig op mijn zenuwen hadden gewerkt dat ik uit frustratie bij thuiskomst een trap gaf tegen een fotolijst met daarin een van mijn minder geslaagde werken.

Een betrokken ziel die van mijn ergernis wist en niet kon zien wat er werkelijk gebeurde, hoorde het geluid van brekend glas en was bang dat ik het opzettelijk gedaan zou hebben om met de scherven mijn polsen door te snijden. Wie mijn leefomstandigheden kent, zal begrijpen dat die inschatting niet eens zo ver gezocht was.

Zij probeerde de crisisdienst te bereiken, maar die gaf geen gehoor, dus benaderde ze de politie. Zo horen goede burgers dat te doen wanneer zij denken dat iemands leven in gevaar is.

Ik was mij van dit alles niet bewust en was inmiddels alweer in een prettiger humeur toen er aanhoudend werd aangebeld. Iemand in nood misschien, dacht ik, want het was laat in de avond dus haastte ik mij de deur te openen en daar stonden de agenten die mij zonder omhaal arresteerden.

Nu slik ik medicatie die ik echt nodig heb. Zit ik te lang zonder dan kan dat nare gevolgen hebben. Bij de eerste arrestatie had ik mijn pillen niet mogen innemen. Wijs geworden door die ervaring tastte ik voordat de boeien omgeslagen werden naar mijn medicijnen en nam pijlsnel twee pillen in. Het verbaasde me dat de dichtstbijzijnde agent zijn wapen trok, maar ik was toch tevreden dat ik niet zoals eerder zonder medicatie de cel in moest.

Hoe fleurig ze zo’n cel ook maken met ingedroogde poep, kots en andere narigheid; je doet geen oog dicht en in de ochtend moest ik opnieuw mijn medicijnen innemen. Zoals te verwachten was werd dat geweigerd. Mijn verzoek om een arts werd uiteraard, net zoals bij de eerdere arrestatie, eveneens geweigerd.

Een vriendelijke brigadier van de dagdienst kwam me uiteindelijk bevrijden, hoorde mijn verhaal aan en overhandigde mij een formulier om een klacht in te dienen tegen de betrokken agenten en ik mocht mijn schamele bezittingen ophalen die ik de avond ervoor uit mijn zakken had moeten halen. De twee pakjes sigaretten waren er niet meer, mijn sleutels en pillen wel maar mijn telefoon was ook weg. Na enig rondvragen kwam een agent van twee kamers verder in de hal mijn Blackberry overhandigen met de tekst: “Wat een fokking koleredingen zijn die Blackberries, man!”

Dat was ik overigens geheel met hem eens. Dat hij allerlei settings had gewijzigd en mijn mail vast voor me had geopend vond ik aanzienlijk minder beleefd.

Vorige week ontving ik een brief van Justitie dat ik de zaak van ‘Openbare Dronkenschap’ als afgehandeld mocht beschouwen. Dat is bijzonder gul van Justitie maar ik had het meer op prijs gesteld als ze wat met de klachtenprocedure zouden hebben gedaan.

 

Nu heb ik dus een hele dag naar Teeven mogen luisteren die eigenlijk zei dat de fouten van de Vreemdelingenpolitie niet representatief waren voor het algehele beleid van Justitie. Hij schroomde zelfs niet de automatisering ten dele de schuld te geven van de dood van Dolmatov. Ik moest mezelf even in de wang knijpen. Computerfouten? Was het soms 1985 en had ik misschien ook al mijn haar nog?

Ik begon me af te vragen of er überhaupt wel een tijd is geweest dat Nederlandse gedetineerden, schuldig of onschuldig, gewoon op medische hulp konden rekenen en hun medicijnen konden innemen, desnoods de verkeerde, zoals bij Slobodan Milošević gebeurde die dat ‘foutje’ van Justitie ook al niet overleefde. Wat de overheid overigens ook weer niet zo heel erg ongelegen kwam.

Maar goed, de eer van Teeven is gered en onze volksvertegenwoordigers kunnen zich weer geheel concentreren op het bekritiseren van politici in andere landen die op ondenkbaar brutale wijze de mensenrechten schenden.
 
 

Posted on Leave a comment

Onze vrienden

Onze vrienden

Onze vrienden, de Amerikanen, zijn waarschijnlijk het enige volk op de wereld dat niet meer in staat is te verbazen, niet met domheid, niet met luidruchtigheid en al zeker niet met hun belabberde kennis over alles wat niet Amerikaans is.

Toch zat ik vandaag even met de mond open, toen ik las dat meesteroplichter Bernie Madoff niet braaf in de gevangenis zijn tijd zat uit te zitten, maar in een comfortabel ziekenhuisbedje lag, omdat hij wat duizelig was en een hoge bloeddruk had.

Ik moest denken aan een documentaire over een man van 82 die door dezelfde Madoff een groot deel van zijn pensioen was kwijt geraakt en nu flyers bij een supermarkt stond uit te delen om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Soms zijn de meest aangrijpende beelden op televisie niet zozeer de voor de hand liggende gruwelen van oorlog en honger, maar beelden van het “kleine leed”.

Voor mij was het meest schrijnende nog wel dat die man blij was dat hij een baantje had als uitdeler van flyers. Opgetogen en trots vertelde hij de reporter dat hij de medicijnen van zijn vrouw niet had kunnen betalen als hij geen werk had kunnen vinden.

Dat is iets wat ik in Amerika vaker heb gezien: een onverwoestbaar optimisme als het gaat om broodwinning. En misschien nog wel belangrijker: een totaal gebrek aan arrogantie als het gaat om het werk dat ze moeten uitvoeren. Deze man was geen geboren uitdeler van flyers; hij was gepensioneerd directeur van een middelgrote onderneming.

Als ik aan die man denk en aan zijn vrouw met haar terminale ziekte, dan komt mijn maaltijd omhoog wanneer ik lees dat Madoff opgenomen is in het ziekenhuis met klachten waar geen enkel mens mee in een ziekenhuis zou kunnen belanden. Je ruikt als het ware het geld dat deze plotselinge overplaatsing mogelijk heeft gemaakt.

Kan Madoff niet gewoon duizelig worden in zijn eigen cel? Met de cocaïneverslaving die hij jaren heeft gehad zal een beetje duizeligheid hem toch niet vreemd zijn? Had hem een pilletje gegeven en hem tot meer beweging bij het luchten aangezet. Of op z’n Nederlands: had hem het verkeerde pilletje gegeven, zoals bij Slobodan Milošević.