Posted on Leave a comment

Andere verpakking (2)

Voortbordurend op het verhaal in de Standaard over het zevenjarige jongetje Senne dat vanaf nu als Sanne door het leven gaat en door ouders en medici over een aantal jaren puberteitsremmende middelen en andere hormonen krijgt voorgeschreven vraag ik mij opnieuw af of het juist is te stellen dat iemand ‘in een verkeerd lichaam’ geboren wordt.

Tot op zekere hoogte zijn we dat namelijk allemaal. Zo had ik graag ik een lange, zwarte man met bijpassende penis willen zijn en natuurlijk ook die parelwitte tanden, om van het six-packje maar te zwijgen. Een genderwetenschapper zal zeggen dat ik het niet snap, want ik heb daar geen groot psychisch leed aan over gehouden, laat staan zelfmoord willen plegen vanwege mijn gemis.

Dat is nog maar de vraag. Ik vind sowieso dat Hans van der Kamp zijn – in welk lichaam dan ook – eigenlijk als ondraaglijk leed zou moeten worden omschreven en niet alleen vanuit mijn eigen optiek.

Neem Michael Jackson die als blanke in een zwart lichaam werd geboren. Die arme jongen lieten ze maar aanmodderen met krijtwitte make-up, plastische chirurgie en allerlei vormen van medicatie. Waarom eigenlijk geen kliniek voor blanke mensen die in een zwart lichaam geboren worden? Laat ik mijn kop maar houden voordat ik die artsen ‘zonder grenzen’ nog op ideeën breng.

Dit alles terzijde. We hebben het nog steeds over Senne die Sanne is geworden omdat hij liever met poppen wil spelen en graag meisjeskleren draagt.

Hoezeer ik ook de keuze vrouw of man te willen zijn – los van genetische dictatuur – weet te respecteren, toch kan ik maar niet begrijpen dat we kinderen van 7 jaar al zoveel zelfbeschikking geven over een traject dat diep ingrijpt in de psychische en lichamelijke gezondheid.

Eeuwen geleden kleedden we jongetjes ook als meisjes en behandelden we ze ook als zodanig. Ik heb nooit ergens gelezen dat iemand daar psychische schade aan had over gehouden. Of het moet Markies de Sade zijn geweest die vrijwel van de ene op de andere dag zijn lange krullen verloor en in mannenkleren werd gehesen om zonder enige voorbereiding naar het front te worden gestuurd.

We moeten niet vergeten dat Sanne door een kaste wetenschappers wordt begeleidt die zich steeds vaker op of over de grens van het ethisch toelaatbare bevindt. Denk aan de vele levensrekkende medische behandelingen voor terminale ziekten waar de farmaceutische industrie weliswaar geheel op binnenloopt, maar waar vrijwel geen enkele patiënt een menswaardig levenseinde aan overhoudt. Je hoeft als arts of medisch wetenschapper geen Joseph Mengele meer te heten om je eigen horror show te starten en er nog redelijk voor beloond te worden ook.

Veelzeggend is het feit dat de definitieve operatie van Senne/Sanne pas op zijn/haar 18de zal plaatsvinden omdat er nog altijd de mogelijkheid bestaat dat Sanne tegen die tijd weer Senne wil zijn.

Laat ik me dat eens voorstellen: een kerngezonde jongen met borsten en een totaal door hormonen gemodelleerde fysiek die geen normale puberteit heeft mogen hebben door de puberteitsremmende middelen en op de drempel van zijn transformatie/castratie besluit toch man te worden.

Dat moet tegen die tijd een psychiatrisch patiënt zijn geworden. Een zielige representant van Het Maakbare Leven die de medische wereld een klein vermogen heeft bezorgd maar zelf kansloos is.

(wordt vervolgd)

Posted on Leave a comment

Andere verpakking (1)

De Standaard kwam gisteren met een bijdrage onder de vlag: Het is eenzelfde kind, alleen in een andere verpakking.

Het gaat over het 7-jarige jongetje Senne dat vanaf nu als Sanne door het leven gaat. Als meisje, dus. Ze is zo ‘opengebloeid’ sinds ze een meisje mag zijn, beweert de trotse moeder. (zie: http://bit.ly/LRUXHE)

Ik zou het artikel gelaten hebben voor wat het was als ik niet een goed deel van mijn leven via mijn fotografie met genderdysforie te maken had gekregen. Het is nu eenmaal een belangrijk thema in mijn werk.

Centraal daarin staan volwassenen die een puberteit en adolescentie achter zich hebben liggen. Met kinderen van zeven die beweren in het verkeerde lichaam geboren te zijn, heb ik uiteraard nooit gewerkt.

Ik maakte mijn eerste foto van een transseksueel ergens eind jaren Zeventig. Ik geloofde heel ernstig in de mogelijkheid dat mensen in een verkeerd lichaam geboren konden worden, want ik had in een discotheek gezien hoe iemand die ik als travestiet dacht te kennen levenloos uit het toilet werd gedragen, omdat hij met een veter en een zakmes zichzelf had gecastreerd, een actie waarbij het ongeveer net zo lang duurt om dood te bloeden als iemand met een moeilijke stoelgang nodig heeft om zijn darmen te legen.

Mijn verontwaardiging over dit leed was groot. De afdeling Genderdysforie van het VU bestond in die tijd naar mijn beste weten nog niet, of men was daar nog niet zo actief. Veel transseksuelen gingen in die tijd nog naar Casablanca voor een geslachtsverandering die neerkwam op een redelijk slordige verwijdering van de mannelijke geslachtsdelen en het creëren van een caviteit die voor vagina door moest gaan.

De op die wijze geopereerde transseksuelen liepen weken, soms maanden met een houten klos in die holte om dichtgroeien te voorkomen. Je hoorde dan een luide plok wanneer zo iemand op een houten stoel of kruk ging zitten. In veel gevallen groeide die vagina na verloop van tijd alsnog dicht, omdat verzorgingsadvies en medische begeleiding afwezig waren.

Toch zag ik het nut van die operatie in omdat het hier immers ging om een heilig doel; het voorkomen van zelfmoord en het verbeteren van het gevoel van eigenwaarde van de geopereerde.

Ik was vooral ook gefascineerd door de moed die iemand kennelijk wist op te brengen om voor zijn eigen identiteit op te komen. In de Gay Scene van de jaren Zeventig was de acceptatie van transseksuelen nog beperkt. In de maatschappij was die er in het geheel niet.

Van drie transseksuelen uit die tijd maakte ik met enige regelmaat foto’s. Eén van hen pleegde binnen tien jaar alsnog zelfmoord. De tweede bezweek aan alcoholmisbruik en de derde, een straatprostituee, werd vermoord door een man die zich bedrogen voelde.

Ik pretendeer hier geen statistisch gegeven neer te leggen, de transseksuelen die ik fotografeerde bevonden zich in een milieu van prostitutie en andere uitzonderlijke zaken.

Volgens mij lag dat allemaal aan de gebrekkige medische en psychologische begeleiding, de maatschappij die er niet klaar voor was en de heteromannen die transseksuelen toch maar niet als echte vrouwen wilden erkennen.

Nu, na bijna veertig jaar gewerkt te hebben met mensen die met gender issues worstelen, denk ik daar iets genuanceerder over.

Het aantal ‘geslaagde’ transseksuelen die als vrouw door het leven gaan, stijgt zonder meer en de bedroevende situaties die ik in het begin van mijn carrière tegenkwam zijn zeldzaam geworden.

Om u echter niet te lang bij Facebook, Dating- of Nieuwssite weg te houden wou ik mijn ervaringen graag in episodes noteren.

(Wordt vervolgd)