Posted on Leave a comment

Schijnheiligheid

Geert Wilders

Af en toe kan ik het niet laten om Photoshop te gebruiken voor iets anders dan het bewerken en keurig op maat snijden van mijn fotografie. Dat ik geen Wildersfan ben, wist u al. Ik had het plaatje gemaakt voordat ik me had afgevraagd waar ik het kon plaatsen.

Een beetje pissig dat ik mijn tijd verkwanseld had aan het compileren van deze collage, vond ik dat ik toch mijn uiterste best moest doen om mijn resultaat ergens te plaatsen. Misschien een leuk ‘tegengezichtje’ voor Dumpert van geenstijl.nl dacht ik. Ochtendstond heeft goud in de mond. Voordat het eerste kantoorvolk op de doorgezakte voetjes stond, had ik mijn huisvlijt op vier sites geplaatst.

Een uur later later waren de afbeeldingen weer verwijderd. Dat krijg je als de files wat dunner worden in vakantietijd. Wat is iedereen dan slagvaardig zo vroeg al. Een vergelijkbare afbeelding waarin het hoofd van Francisco van Jole was gemonteerd mocht uiteraard wel blijven staan.

U gaat vast nog een verkiezingsstrijd meemaken waarin Wilders tot gedoogpresident uitgeroepen wordt. Ik niet. Dan zit ik echt ergens anders. Het maakt niet uit in wat voor bananenrepubliek als er maar geen Nederlanders wonen.

Posted on Leave a comment

Echte roker

Ik ben een stevige roker. Niet zo iemand die voortdurend aan het stoppen is. Bijna niemand begrijpt dat nog. Dat wordt je dood, zeggen ze dan. Ja, dat klopt. Je krijgt er longkanker van en alle andere kwalen die ze aan roken hebben weten te koppelen. Plus nog een paar waarvan de relevantie vrijwel nihil is. Zoals sperma van slechte kwaliteit op je 63ste.

Vandaag ga ik naar de verjaardag van mijn moeder en daar zullen dezelfde mensen zitten, die er bij mij als kind voor wisten te zorgen dat ik de hele avond met tranen in mijn ogen zat omdat het hele huis blauw stond van de rook. Als ik een raampje wilde opengooien, dan stond er meteen zo’n volwassene achter me die het weer sloot, omdat ze immers niet voor Onze Lieve Heer de kachel stookten.

Uiteindelijk heb ik me aan het collectieve gedrag aangepast.

Inmiddels rookt niemand in de familie meer en heb ik te horen gekregen dat ik op het balkon morgen af en toe een sigaretje mag roken. Het komt me zo onoprecht over om als de dood eenmaal in de voortuin staat opeens gezond te gaan doen.

Het zou voor mij ook heel goed zijn, maar toch zou ik dat als een capitulatie ervaren naar de intolerante medemens. Het aantal gevallen van longkanker mag in de nabije toekomst minder worden maar het aantal regeltjes van wat wel mag en wat niet mag zal evenredig toenemen. Net zoals het aantal neuroten, hypochonders, burn-outs en bore-outs.

Voor mij is roken, naast het bestrijden van doodsoorzaak Nr. 1: stress, vooral een verzekering tegen wangedrag van specialisten in ziekenhuizen. Krijg je als roker boven de vijftig longkanker dan lopen ze niet zo hard om je leven te rekken met vreselijke chemotherapieën en andere behandelingen die een vertraagd lijden opleveren dat eigenlijk alleen productief is als bron van inkomsten voor de farmaceutische industrie en de behandelende specialisten zelf. Jij mag de pijn lijden en zij kopen er een huisje in Zuid-Frankrijk van.

Echt gezond word je dan toch niet meer, maar bang voor, of onzeker van de dood blijf je wel. Je leeft als het ware net genoeg om je rot te voelen. Dag in dag uit en uiteindelijk moet het dan toch gebeuren. Misschien door iets wat je opgelopen hebt omdat je je leven lang 2 uur per dag in de file hebt gestaan terwijl het verkoelende of verwarmende ventilatortje van je auto regelrecht de uitlaatgassen van een tien ton zware vrachtwagen in je luchtwegen blaast.

Dat gaan ze dan ook nog eens behandelen. Veel fanatieker, want daar kon je natuurlijk niets aan doen. Roken wel, daar had je mee kunnen stoppen. Nog meer geld over de balk en nog meer leed om uiteindelijk nog steeds ademend, maar geheel stuk en uitbehandeld in een verpleegtehuis te eindigen dat geen geld of mankracht heeft om je fatsoenlijk te verzorgen.

Daarom zal ik vandaag veel bibberend van de kou op het balkon staan roken, al filosoferend over de stelling dat in het volgend decennium mogelijk meer oudjes zoals ik aan een longontsteking zullen overlijden dan aan longkanker.

Posted on Leave a comment

Vrouwen (1)

Vrouwen (1)

Mannen die in de Jaren Vijftig geboren zijn hebben in de geschiedenis ongetwijfeld de slechtste kaart getrokken wanneer het vrouwen betreft.

Waar begon het mee? De Dolle Mina’s. Woedend waren ze over Het Grote Onrecht dat hun sekse werd aangedaan. Niet zonder reden in die tijd. Dikke sigaren rokend trokken ze door straten en openbare gelegenheden. Een in hun ogen bijzonder militante actie.

Indrukwekkend, maar de boodschap kwam niet over omdat wij mannen het eigenlijk wel opwindend vonden, zo’n losgeslagen groep vrouwen die aan een fallus liepen te lurken.

Ze hadden ons kennelijk hoger ingeschat dan we in werkelijkheid waren. We zijn nu eenmaal van nature niet zo oorverdovend serieus of gevoelig voor symboliek als vrouwen. Is nooit zo geweest, zal ook nooit zo worden. Daarentegen hebben mannen weer niet zo’n moeite om zaken te relativeren, vooral als ze het element seks nog op het nippertje uit dit zuiverende denkproces weten te redden.

Een maatschappij waar vrijwel niemand meer kan relativeren zou ondraaglijk zijn. Een Orwelliaanse nachtmerrie. Mannen voldoen aan die belangrijke behoefte alsof ze ervoor betaald worden. We relativeren echt alles kapot en we blijven er nog betrekkelijk vrolijk bij ook. Vooral dat laatste verdient respect en erkenning.

Wat gebeurde er na Dolle Mina? Ik had het net even verdrukt, maar nu weet ik het weer. We kregen de vrouwen die uit politieke overtuiging lesbisch werden. Dat is niet mijn mening, maar dat is wat ik van die vrouwen indertijd steeds weer hoorde. Zag ik op een feestje een oude schoolvriendin en vroeg ik per ongeluk hoe het met haar vriend ging, dan kreeg ik te horen: “Nee, dat kan echt niet meer. Dat is seks met mannen en daarmee bevestig je hun macht. Dat is strijdig met onze zaak. Nee, ik ben nu met haar. “

Dat zou allemaal zo erg niet zijn geweest, als die vrouwen gewoon lesbisch waren gebleven. Nu loop ik ze regelmatig tegen het lijf en zijn ze weer hetero, uit andere overwegingen. Opdringerig hetero ook, als ik zo vrij mag zijn. Met zo’n walm van droge witte wijn uit hun mond.

Tegen dat decor van lesbisch worden uit politieke overtuiging moesten wij dappere jonge lieden proberen onze eerste stappen op het liefdespad te zetten. Alles wat er in de landelijke pers over vrouwenonderdrukking geschreven werd, ging in ieder geval niet op als het de liefde tussen adolescenten betrof.

Wat een werk! Eerst een briefje. Dan de zenuwen, gaat ze wel mee naar het Grote Feest over twee maanden? Corsage kopen. Bij de familie langs op zoek naar een fatsoenlijk kostuum. Schoenpunten van geleende schoenen opvullen met krantenpapier, broekzomen uit laten leggen. Niet vergeten die donkere ACNE-crème aan te schaffen!

Die vriendinnen die we dan met veel moeite veroverden… Ach…

Die meisjes beheerden hun lichaam zoals Poetin nu Rusland regeert. Steeds weer met zichtbare of geveinsde tegenzin iets vrijgeven. Een proces van weken, maanden. Een truitje, een behaatje, een rokje etc. Voortdurend lagen we op onze buik op de in die tijd modieuze keiharde kokosmatten om onze erecties te verhullen. Dat deed zeer met die eng strakke broeken. Echt zeer.

(Wordt vervolgd)

Posted on Leave a comment

14 februari 1941

Nierstraat 96 - 14 februari 1941

14 februari 1941

In de vele interviews en lezingen die Assange van Wikileaks heeft gegeven over het belang van “War Logs” legt hij er steeds de nadruk op dat burgerslachtoffers van militaire acties het recht hebben te weten wie verantwoordelijk was en wat er precies gebeurde. Niet de geromantiseerde lezing van de persvoorlichter, maar de nuchtere feiten.

Het is jammer dat de internatonale pers dat op de een of andere manier niet interessant genoeg vindt, want ze stappen dan steevast in hun vraagstelling over op onderwerpen die een hogere schandaalwaarde hebben.

Ik wil u een voorbeeld geven hoe belangrijk het is dat burgerslachtoffers van een oorlog wel weten wat er gebeurd is. Op bovenstaande foto ziet u mijn grootouderlijk huis in Nijmegen, een paar dagen na bominslagen op 14 februari 1941. Wat voor bominslagen? Niemand weet het precies. We kennen de slachtoffers: mijn grootvader, mijn grootmoeder, mijn ooms Gerrie en Antoon.

Hun drie zusters; mijn moeder, tante Marie en tante Gré leven nog en zij willen nog steeds weten wat er nu exact is gebeurd op die bewuste avond van 14 februari 1941.

Opa en Oma van Doren

De gemeente Nijmegen houdt een slag om de arm. Ze weten het niet precies. Waarschijnlijk heeft een door Duitsers aangeschoten Royal Air Force bommenwerper zich van haar bommenlast willen ontdoen om zodoende het vliegtuig lichter te maken in een poging laag vliegend een thuisbasis te bereiken. Dat zou een vergeefse actie zijn gebleken, want de bommenwerper stortte minuten later boven Malden neer.
 

Met grote tussenpozen heb ik gezocht naar wat er nu werkelijk is gebeurd, zonder daarbij enige relevante vorderingen te hebben geboekt totdat ik las over de Britse Freedom of Information Act.

Gebruik makend van die FOIA heb ik schriftelijk het British Ministery of Defense benaderd met de vraag of zij iets wisten van het incident. Ik kreeg een brief terug van Anna Gibbs AHB2(RAF)2. Haar is niets bekend over een crash of een aangeschoten RAF-bommenwerper op 14 februari 1941. Even bekroop me het gevoel dat een instantie me wilde overtuigen dat de familieleden nog gewoon in leven waren en dat er niets was gebeurd, maar Anna Gibbs AHB2(RAF)2 was duidelijk van goede wil.

De dag na de bominslagen, zo meldde zij, in de nacht van 15 op 16 februari 1941 was er wel degelijk een Whitley Mark 5 T4164 van het 77ste squadron van de Royal Air Force neergestort bij Malden. Mijn eerste gevoel was: dat is ‘m dan eindelijk, want ik ging ervan uit dat er gewoon een fout in de datum was geslopen. Zoveel bommenwerpers stortten er nu ook weer niet neer bij Malden in 1941. Na overleg met mijn moeder begon ik echter weer te twijfelen. Zij herinnerde me eraan dat de inslag van de bommen vroeg in de avond was geweest en de afstand Nijmegen/Malden is zo kort dat het onwaarschijnlijk is dat de bommenwerper nog zo laat in de nacht was neergestort.

Een dubbele fout in datum én tijdstip?

Dus we zijn weer waar we een halve eeuw geleden ook waren. We weten het gewoon niet en we willen het wel weten, want het is van belang.

Anna Gibbs AHB2(RAF)2 gaf me nog een tip in het slot van haar brief. Alle gegevens die ik nodig had stonden op de “unofficial website” lostbombers.co.uk, maar daar zijn ze kennelijk te druk bezig met plastic modelvliegtuigjes bouwen om een serieuze E-mail te beantwoorden of mijn registratie op hun forum te activeren.

Toch blijf ik doorzoeken. Er zijn namelijk zoveel gruwelijke scenarios te bedenken die je wilt uitsluiten. Misschien zelfs tegen beter weten in.

Stonden er “War Logs” op Wikileaks over de Tweede Wereldoorlog, dan hadden we het nu met grote waarschijnlijkheid geweten.

Gerrie en Antoon van Doren

Bidprentje voor de slachtoffers


Met speciale dank aan mijn nicht Adri voor de foto’s van Gerrie, Antoon en mijn grootouders en aan Noviomagus.nl voor het bidprentje.

Posted on Leave a comment

Herr Schmidt

Herr Schmidt

Herr Schmidt. Zo heet de kat van Daniel Domscheit-Berg, schrijver van een boek over Wikileaks.

Waterboarding a cat

Zijn toenmalige vriend Assange pestte Herr Schmidt door het dier voortdurend te bedreigen en nu lijdt de kat aan psychosen, zo beweert de auteur.

Seks zonder condoom zal Assange snel vergeven worden in de publieke opinie, maar die kat pesten dat kan nog wel eens nare gevolgen hebben. Althans, dat moet Domscheidt-Berg hebben gedacht.

Net zoals bij die condoomloze seks denk ik dan weer: “Waar hebben we het hier in godsnaam over?

Een kat! Met de naam van een Duitse kampbeul.

Er is toch geen misverstand? We hebben het toch echt over die voortdurend zichzelf likkende en verharende viervoeters die een zonnige dag besteden om een vogeltje dat nog leeft urenlang met veel plezier uit elkaar te scheuren en te plukken? Om dan trots met de schamele resten de keuken binnen te lopen?

Als een mens zich in het openbaar zo fanatiek en vol vilein sadisme op een willekeurige diersoort zou storten, dan zou de politie eraan te pas komen. Met wapens in de aanslag. Maar bij katten mag dat. “Och kijk! Wat schattig, onze Mimi komt haar prooi naar het bazinnetje brengen!”

Volgens Domscheidt-Berg achtervolgde Assange de kat om hem vervolgens de stuipen op het lijf te jagen door met gespreide wijs- en middelvinger naar de nek van de kat uit te halen. Mag dat niet, dan? Dat is toch Spielerei?

Ik vind trouwens dat een man als Assange die zoveel gedaan heeft om het martelen van mensen tegen te gaan best eens een vertegenwoordiger van een diersoort, die het martelen tot sport heeft verheven, te lijf mag gaan.

Zeker als dat dier een kat is en Herr Schmidt heet.

Posted on Leave a comment

Paniek

Paniek

Zo’n vijftien jaar geleden belde mijn vader mij op om te vragen of ik naar het ziekenhuis wou komen, omdat hij de uitslagen van het medisch onderzoek zou ontvangen. Dat was niets voor mijn vader om mijn hulp te vragen. Ik had hem horen hoesten en ik wist het eigenlijk al: longkanker.

Natuurlijk wilde ik dat hij bleef leven en ik was me al voor de uitslag gaan verdiepen in kanker. Ik wist er zoveel van dat de behandelend longarts me bijna de kamer uitstuurde omdat ik met mijn nieuw verworven kennis zijn boodschap vertraagde. Namelijk dat mijn vader snel dood zou gaan.

“Hoe snel?” vroeg mijn vader. “Snel,” zei de longarts en om zijn argumenten kracht bij te zetten herinnerde hij mijn vader eraan dat ze niet eens een test hadden kunnen maken van het longweefsel omdat er zoveel teer in zijn longen zat.

Het werd dus een kort gesprek en ik wist eenmaal buiten niet beters te doen dan mijn vader een sigaret aan te bieden. Hij wilde niet in het ziekenhuis blijven, dus mijn moeder en ik namen hem mee naar huis. Dat mocht niet van een verpleegkundige want dat zou administratieve problemen kunnen opleveren. Dat is ook vreselijk natuurlijk voor zo’n kapot bezuinigd mensje. Dood gaan, dat overkomt iedereen, maar de boel administratief in de war schoppen dat is pas echt een drama.

Afijn, mijn liefste vriendin indertijd had god zij dank een opleiding in de verpleegkunde gedaan en ik had een diploma in drinken voor het geval dat de boel te heftig werd. Zo zijn we daar af en aan een half jaar geweest om mijn vader te verplegen. Het was een bijzonder naar proces, omdat zijn of beter mijn moeders geloof het gebruik van morfine niet toestond.

Longkanker kan je op twee manieren pakken: je stikt of je loopt leeg. Mijn vader liep leeg. Wanneer we hem van het toilet lichtten dan zag het er in de pot uit alsof hij de helft van zijn bloed en zijn organen uitgescheten had.

Het ging langzamer dan we verwachtten en van de zenuwen raakten we geïrriteerd. Mijn moeder voelde zich door mijn vriendin gepasseerd, mijn vader kon maar niet geloven dat hij ook echt daadwerkelijk dood zou gaan. Ik wenste hem dood, want ik kon niet aanzien hoe mijn held met zoveel pijn bergafwaarts ging.

Mijn vader leed aan paniekstoornissen voordat hij kanker kreeg, dus ik had mijn hele jeugd teksten gehoord als: “Ik ga dood! Ik krijg een hartinfarct! Etc.”

Toen hij aangaf dat hij ging sterven, geloofde ik hem dan ook niet. “Papa, ik zie je over drie dagen weer. Zo snel ga je niet dood,” zei ik.

Mijn zoon die nog geen tien jaar oud was begreep het wel. Hij kroop op het bed en gaf mijn vader een hele lange knuffel. Ik stond toe te kijken en begreep er niets van. Ik had mijn vader nooit een knuffel gegeven. Ik sprak hem aan met “U” en ik schudde zijn hand als we echt amicaal werden.

Mijn vader ging die avond dood, net nadat ik vertrokken was. Ik was al thuis toen mijn moeder belde. Ik stapte voor de zoveelste keer in de trein naar Nijmegen en onderweg gebeurde iets wat ik niet kende: ik dacht dat ik een hartaanval kreeg. Dat dacht de conducteur ook. Het zou nog twee jaar en vele pseudohartinfarcten duren voordat de diagnose “paniekstoornissen” bij mij gesteld werd.

Eerst ging het nog wel, maar later werd het erger en uiteindelijk ging ik nooit meer naar buiten. Zo heb ik 12 of 13 jaar binnen gezeten. Ik vernoemde mijn blog naar mijn mankement en maakte grappen over het feit dat wanneer ik eens naar buiten ging, de seizoenen mij vaak verrasten. Dan liep ik buiten in een winterjas terwijl het hoogzomer was.

Na twaalf jaar vergeefse therapie ben ik met een goede vriendin gaan oefenen om weer naar buiten te gaan. De eerste uitdaging was mijn eigen drank uit het schuurtje te halen. Die afstand leek onoverbrugbaar en het heeft minimaal twee maanden geduurd voordat ik de sleutel in de deur van het schuurtje stak.

Maanden later heb ik met hyperventilatie een blokje om het huis gefietst. Daarna volgde haar verjaardag en vond ik dat ik cadeaus moest kopen. Ik was zeiknat van het angstzweet toen ik thuis kwam en ik nam me weer eens voor om nooit meer naar buiten te gaan.

Dat heb ik uiteindelijk wel gedaan en het ging steeds beter, maar er was een muur die niet te slechten leek – dezelfde treinrit naar Nijmegen te maken.

Op 1ste Kerstdag ontkwam ik daar niet aan. Ik lag een lange nacht wakker, want alle therapeuten hadden mij verzekerd dat ik alles kon proberen behalve diezelfde treinrit.

Tot mijn stomme verbazing was het zelfs gezellig, zo met mijn zoon in de trein. Kennelijk ben ik dan eindelijk genezen. Er zijn geen woorden voor. Ik heb foto’s van die treinrit gemaakt en de meest abstracte heb ik geplaatst op mijn fotoblog.

Het enige wat mij nu nog rest is een boek te schrijven voor hen die nu aan hetzelfde euvel lijden, want er heerst veel onbegrip over paniekstoornissen. Dat wil ik doen voor mijn vader, maar vooral ook voor de paar mensen die mij jaren zonder echt plezier of beloning hebben bijgestaan.

Posted on Leave a comment

Nuchter

Nuchter

Goede voornemens schenden doe ik eigenlijk al het hele jaar door, dus ik voel geen behoefte aan versnelling van dat proces rond Nieuwjaarsdag. Wel heb ik iets raars met Kerstmis. Er gaat altijd iets gruwelijk mis.

Daarom heb ik er in het verleden ook goed voor gezorgd dat ik die hele maand december in de olie was in de hoop de zich onherroepelijk ontrollende narigheid als een film te beleven. Zoals men na een film kan zeggen: ‘Poeh, poeh, dat was ook niet mis, die onthoofdingscène,’ om de film vervolgens een dag later geheel te zijn vergeten.

Dit jaar besloot ik dat anders te doen. Gewoon geen drank down the little red lane. Mocht er dan toch nog narigheid komen, dan zou ik tegen mezelf blijven zeggen: ‘Dit is een film. Dit gebeurt niet echt.’

Het is nu Kerstavond en deze Kerst – voordat ze ook maar half tot bloei is gekomen – mag tot de rampzaligsten van mijn leven gerekend worden en het lukt me in het geheel niet om de gebeurtenissen als een film te ervaren.

Meteen volgt dan het gevoel afgesloten te zijn van de broodnodige uitlaatklep: het weblog. Ik hoor namelijk de woorden van mijn ex nog nagalmen in mijn hoofd. Haar ogen waren spleetjes van venijn toen ze me toe siste: ‘Dat stukje op dat blog, dat had jij niet mogen schrijven!’

Het verbaasde me nogal dat die ex zich op haar Twitter-pagina nogal opwond over censuur.

En ik maar denken dat een mens alles op mag schrijven waar hij zelf zin in heeft zolang hij niemand dwingt het te lezen. Waarom zou ik me er eigenlijk wat van aantrekken? Misschien heb ik ein-de-lijk geleerd vrouwen te vrezen. Laten we het daar maar op houden.

Ik begreep die ex indertijd wel, maar ik wist niet hoe ik anders moest zijn. Inmiddels zijn we een jaar verder en heb ik op allerlei andere manieren kennis gemaakt met het fenomeen niet meer te mogen schrijven of te laten zien wat je wilt.

Jaren geleden loerden op het Internet alleen wat vrienden en vooral vijanden mee, maar nu zijn het ook werkgevers, instanties en Boze Buurvrouwen. Men verveelt zich kennelijk kapot op kantoor.

Dus over wat nu gebeurd is, hou ik braaf mijn mond. Zoals ik mijn eigen werk ook heel braaf niet meer op mijn Facebook pagina laat zien, omdat mijn account al een keer eerder is afgesloten wegens ‘obscenity’. Toch maar weer een nieuwe account genomen, want als thuiswerker heb ik behoefte aan die makkelijke contacten.

Tegenwoordig doe ik ook heel ‘proactief’ – om maar eens zo’n eigentijds schijtwoord te gebruiken – Anton Pieck concurrentie aan op mijn nieuwe fotoblog, omdat ik merk dat steeds meer mensen in mijn naaste omgeving toch moeite hebben met mijn echte werk en vooral met mijn aanpak.

Zo ben ik mezelf weer eens aardig aan het verhoereren, maar ik wil toch blijven fotograferen. Liefst zonder dat zo’n ziedende wederhelft met haar tanden in mijn nek hangt. Als ik moet kiezen tussen mijn werk en vriendschap of zelfs liefde dan is de beslissing snel gemaakt, zo oppervlakkig ben ik nu ook wel weer.

Er is trouwens vrijwel niemand oprecht geïnteresseerd in de neokitsch die ik daar met veel plezier uit mijn mouw heb geschud.

Ik zou haast heimwee krijgen naar het gedrukte boek.

Zo’n pakje papier hielden mensen in de lucht, riepen vrolijk ‘Nou, dat heb hij geschreven!’ terwijl hun vinger in jouw richting prikte, maar de kans dat ze verder kwamen dan de derde pagina was bijna verwaarloosbaar.

Ik zeg dus even niets meer en ik plaats voorlopig – totdat wat mij nu de adem afknijpt uit zicht is – geen foto’s meer die problemen opleveren. Geheel nuchter zwaai ik u vanaf deze plek een Vrolijk Kerstfeest toe.

Posted on Leave a comment

Germania Inferior

Germania Inferior

Toen ik die reiger op die paal zag zitten met zijn gebochelde gestalte, mompelde ik stilletjes wat chagrijnige teksten voor me uit waarin het woord “schijtreiger” centraal stond. Ik had het opeens gehad met reigers. Ik betreurde het bijna dat ik een camera bij me had in plaats van een dubbelloops jachtgeweer, terwijl ik toch echt een gediplomeerd dierenvriend ben. Ik zal een zilvervisje in de douchecabine eerder van een naam voorzien en het dagelijks voordat ik de kraan opendraai geruststellend toespreken dan het diertje dood te drukken.

Waarom die reigers zich zo ongelooflijk vermenigvuldigd hebben in de laatste twintig jaar staat vast ergens op het Internet, maar ik heb even geen zin om het op te zoeken. Geef mij maar mussen en die zie je bijna nergens meer. Het lijkt wel eens of de meest bedreigde diersoorten ook meteen de sympathiekste zijn. In de mensenwereld ligt daar een mooie parallel, als u het mij vraagt. (Dat doet u overigens niet, want u bent hier omdat u via Google gezocht heeft naar zoiets prachtigs als het “geluid van brekend glas”, een van de vele zoektermen om dit blog te bereiken.)

Nu ik weer zo vaak door de vrije natuur wandel, overweeg ik vaak mijn blog maar om te dopen van Nooit Meer Naar Buiten naar Brekend Glas. Ook wel passend voor een fotograaf, toch?

Reigers zijn volgens mij de sales managers van de dierenwereld. Altijd de rug krom, de snavel vooruit en maar achterdochtig om zich heen spieden met die rottige, loerende oogjes. Als er onverhoopt nog meer reigers komen dan gaan ze vast ook in file vliegen.

Jaren geleden, toen de Amsterdamse binnenstad nog vrijwel reigervrij was, keek iedereen op de Prinsengracht met ontzag naar een reiger die tweemaal daags laag over het water vloog. Ik ben dat dier toen gaan timen en ja hoor; de vogel vloog daar elke ochtend om 8:34 voorbij en kwam elke middag om 17:21 in de tegenovergestelde richting opnieuw voorbij. Goed, niet altijd precies zo stipt, maar stipt genoeg.

Waar ik nu sinds bijna een jaar woon is het net Friesland – ook al zo’n stukje Nederland waar de natuur net zo prachtig is als de inwoners vervelend zijn.

Toch moest dat gezeur van mij over de Lage Landen maar eens voorbij zijn. Althans zo had ik mij dat voorgenomen. In mijn volgende fotoboek moest ik de Nederlandse natuur maar eens centraal gaan zetten. Wanneer ik echter aan een boek of een nieuwe site werk heb ik vrijwel nooit een titel. Wel twintig titels, maar niet die ene alles overtreffende. Zelfs nu zit ik voor het fotoboek dat begin volgend jaar uitkomt nog te zoeken naar een passende titel.

Mijn ode aan het Nederlandse landschap had echter al een titel voordat de eerste foto geschoten was. Germania Inferior. Ik heb er werkelijk geen seconde over hoeven peinzen. De cartografen van de Romeinse veldheren die in de oudheid over de Waal keken en besloten om zich verder niet te bemoeien met het schorremorrie aan de overzijde, hadden het goed aangevoeld, al bedoelden ze taalkundig iets anders dan die benaming in deze tijd zou doen vermoeden. Geheel dekkend is de titel ook al niet, Germania Inferior was alleen het laagste deel van de Nederlanden, nu ook wel Wildersland genoemd, maar generaliseren en falsificeren is weer in de mode als ik uitlatingen in de nieuwsmedia goed interpreteer en zo’n titel kan ik echt niet laten liggen.

Posted on Leave a comment

Illegaal

Illegaal

Straks krijgen we wellicht een wet tegen illegaal downloaden. Drie waarschuwingen en dan wordt uw internetverbinding verbroken. Dat is mooi geregeld, dan. Om zo’n wet te effectueren moet dan wel eerst de privacy van de Internetgebruiker nog wat ernstiger aangetast worden. Nu ligt die gebruiker daar kennelijk allang niet meer zo wakker van, want van alle wetten die de laatste twee decennia in het leven geroepen zijn was driekwart gericht op het afknijpen van de burgerbevolking. Niemand die daar nog van opkijkt. Dat we nog geen wegenbelasting hebben voor skateboards of rollators is een godswonder.

De voor het grote bedrijfsleven ongeschikt gebleken topmanagers die onze wereld regeren vechten ook al zo graag een illegaal oorlogje uit. Hoe machtelozer de vijand, des te groter lijkt het enthousiasme om met goedbedoelende maar (ook al) niet zo snuggere militairen een aantal landen dusdanig plat te branden dat we nog minstens een halve eeuw terecht last zullen houden van represailles. Om maar te zwijgen van die militairen die we nog dertig jaar van een gulle uitkering en dagelijkse therapiesessies moeten voorzien omdat ze een Afghaans gezin uitgemoord hebben, nadat ze hun dochter van veertien verkracht hebben. Nee, onze jongens doen zoiets niet. “Nee, echt niet.” (Zwaar Brabants accent.)

Dat is allemaal dik in orde. Net zoals het helemaal geen probleem is dat een kleine groep bijzonder kapitaalkrachtige lieden met weinig moeite en veel steun van ons internationale financiële systeem een Casino Royale heeft weten te maken, waar je leven ongeveer net zo zeker is als in de gelijknamige James Bondfilm.

Bent u door onverwachte tegenslagen toevallig getroffen door geldtekort en bent u daardoor het ene gat met het andere gat gaan vullen, dan sturen de volksmenners u naar de Sanering en kunt u enkele jaren naar het laatste beetje vrijheid in uw leven fluiten. Zwart geld kun je makkelijk wit wassen in Nederland, schulden echter niet. Daar zijn we nu eenmaal Calvinisten voor.

Kan de Staat der Nederlanden echter zoals gebruikelijk geen huishoudboekje kloppend krijgen, dan komen ze nog eens voor een tweede, derde en vierde keer met hun hand omhoog voor u staan om te incasseren voor projecten die u al vijf keer eerder heeft betaald. Dat heet dan “geslaagde bezuinigingsacties”, terwijl “diefstal” of “met een vork boekhouden” een betere omschrijving is. Die bezuinigende politici lijken sterk op die credit card criminelen die denken dat het niet opvalt als ze van een paar miljoen bankrekeningen een kwartje afschrijven.

Heeft u de moed te klagen, dan leggen ze u graag uit wat het genot van een vrije democratie inhoudt waar u vrolijk op uw eigen noodlot mag stemmen, links, rechts of in het midden. U vindt dat allemaal prachtig, want als volgend jaar januari uw ziektekostenverzekering een kleiner pakket aanbiedt dat weer meer geld gaat kosten, dan bent u zo trots als een pauw dat het hele ziektekostensysteem met instemming van een door u gekozen partij voor miljarden versleuteld heeft om de verzekeraars met elkaar te laten concurreren. Dat die bedrijven nu gewoon aan kartelvorming doen en daarnaast ook nog eens in bed liggen met de pharmaceutische industrie, daar ligt u ook al niet wakker van, want u bent nog steeds trots dat u op die regenachtige dag jaren geleden toch naar de stembus bent gegaan.

Heeft u zin om uw buurman met een stok te lijf te gaan of laat u zo links en rechts uw lul uit wandelen in een omgeving, waar u zonder misbruik te maken van uw machtspositie weinig kans had gemaakt, dan bent u een crimineel die terecht terverantwoording wordt geroepen, maar doet u hetzelfde als politicus dan is een beetje blozen in de camera en wat tendentieuze opmerkingen maken in de richting van Justitie voldoende om u weer in ere te herstellen.

Zoals ik het nu op een rijtje zet, klopt het allemaal niet natuurlijk. Het ligt allemaal vele malen genuanceerder en vooral gecompliceerder dan u en ik soms denken.

Nou, datzelfde gaat op voor dat illegaal downloaden. Met vijftien jaar ervaring op het Internet kan ik u verzekeren dat illegaal downloaden gewoon niet te voorkomen is. Het ene systeem wordt afgebroken en het volgende komt er voor in de plaats en er zit werkelijk kennelijk niemand in de politiek die daar echt het fijne van snapt.

Waar zou dat toch door komen? Niets is namelijk in de basis democratischer dan het Internet. Of zit daar misschien nu juist hun blinde vlek?

Worden BitTorrent downloads illegaal dan gaan we vrolijk allemaal terug naar de nieuwsgroepen waar je al vijftien jaar ongestoord films en muziek kunt downloaden naar hartenlust en als uw geweten zegt dat zoiets tegen uw burgerzin indruist, dan neemt u gewoon voor minder dan een tientje een abonnement bij een provider die dergelijke diensten levert. Dan heeft u meteen een reçuutje op zak dat u niets fout heeft gedaan. U heeft betaald voor uw downloads en meer snapt u niet. Zij ook niet trouwens.

Een wet op illegaal downloaden zal de grootverbruikers geen strobreed in de weg leggen. De digibeten worden de pineut en dat zijn vaak dezelfde mensen die het in deze maatschappij toch al niet helemaal goed redden.
 

Posted on Leave a comment

Mijn moeder

Mijn moeder

Mijn moeder en ik maken onszelf soms wijs dat we geheel anders zijn, terwijl we veel karaktereigenschappen delen. De slechte, zoals ons eeuwige geklets gelardeerd met ondoordachte en vaak kwetsende uitspraken, maar ook de positieve zoals ons vermogen om voor de meest hopeloze situaties een oplossing te vinden.

Onze omgang is altijd tumultueus geweest. Diepe verbondenheid, maar ook bij het minste of geringste meteen herrie. Zij boos, ik boos en we mogen dan misschien niet koppig van aard zijn, maar wel bijzonder taai.

Zo ontstond jaren geleden een brouille waardoor ik haar tot twee weken geleden niet meer heb gezien.

Ze leek iets gekrompen te zijn. Haar haar was grijzer, maar haar ogen hadden nog hetzelfde vuur en haar geest was even scherp als altijd.

Tegenover me zat de vrouw die toen mijn vader langzaam thuis aan longkanker lag te bezwijken naar buiten liep om de bouwvakkers te vertellen om te stoppen met heien.
Dat gaat haar nooit lukken, dacht ik nog toen ze haar actie aankondigde en in de lift stapte.

Ze zag er ondanks haar anderhalve meter lengte imposant uit. Een veldheer die ten strijde trok.

Ik luisterde naar het heien totdat het stopte. Even later kwam mijn moeder terug. “Zo, dat is geregeld,” zei ze. Ik keek op mijn horloge en dacht dat de bouwvakkers aan het schaften waren, maar het bleef stil, weken lang tot dagen na de dood van mijn vader.