Posted on Leave a comment

Eerste zoen

Maaike had rood haar, een sproetig gezicht en fletsblauwe ogen. Men beweerde dat ze ‘het’ met iedereen deed, zelfs met haar broer. Ze was een klasgenote die me achterna was gekomen toen ik op zoek ging naar een plekje waar ik tijdelijk uit zicht kon verdwijnen. Dat was nog niet zo makkelijk omdat het schoolfeest plaatsvond op een boot die een tocht over de Friese meren maakte, anders was ik allang thuis geweest uit angst dat ik met mijn manke been en klompschoen ten dans gevraagd zou worden.

‘Mooi weertje, niet?’ zei ze.

‘Zonder meer,’ antwoordde ik omdat een dwarsleasiepatiënt me voor vertrek uit de revalidatiekliniek de raad had toegestopt dat men meisjes altijd hun zin moest geven.

‘Het is ook wel een tikje fris, vind je niet?’

‘Ook dat, ja.’

Ze pakte mijn arm en kwam heel dicht bij me staan. Even keek ze me spottend aan en pakte me vervolgens bij beide ellebogen, duwde me achterover tegen een stalen kajuitwand en perste haar lippen op de mijne.

Het was zo vies nog niet. Alleen stond ik wat ongemakkelijk met mijn hoofd zo achterover. Ik probeerde wat naar voren te buigen. Maaike wist van geen wijken; ze zoog zich harder aan mijn lippen vast.

Ik voelde hoe haar tong tegen mijn tanden duwde. Gehoorzaam liet ik mijn onderkaak wat zakken en haar tong raakte de mijne.

Er gebeurde iets raars. Het was alsof een stukje twijg tussen haar tong en de mijne zat. Vast van mij, dacht ik. Iets vies, zonder twijfel. Een stukje komkommer dat tussen mijn tanden had vastgezeten en nu pardoes was losgekomen. Had ik mijn tanden wel voor vertrek gepoetst?

In de hoop dat ze het zelf nog niet had gemerkt, begon ik ‘het’ stiekem onder het voortdurend tegendruk leveren van mijn tong naar achteren mijn mondholte in te hevelen.

Op een gegeven moment had ‘het’ mijn huig bereikt en ik begon te slikken. Daar gaat het bewijsmateriaal, dacht ik voldaan. Ik slikte en slikte, maar er kwam geen einde aan.

Toen ik me, geheel bereid schuld te bekennen, uit haar omarming losmaakte, gleed ‘het’ langzaam weer mijn mond uit.

‘Dat heb je met lang haar,’ constateerde Maaike nuchter, terwijl ze een streng van twintig centimeter kletsnat haar tussen haar stukgebeten nagels door liet glijden.

We liepen samen nog een stukje op en de vragen kwamen in me op. Ik wist me nu toch heel duidelijk te herinneren dat ik mijn tanden voor vertrek had gepoetst. Maar had zij haar tanden eigenlijk wel gepoetst? Ze zagen er een beetje gelig uit, vond ik. Dat kon natuurlijk ook een kleurkwestie zijn. Beweerde men niet dat gele tanden vaak sterker waren?

Vier maanden later had ik de ziekte van Pfeiffer. Ik kon mijn ergernis en vooral mijn schuldgevoel niet verhullen toen de huisarts deze ziekte opgewekt ‘the kissing disease’ noemde.

Ik had ook meteen enorme spijt dat ik niet vlak na vertrek van die feestboot gewoon met klompschoen en al van boord was gesprongen, want ik mocht dan niet zo goed kunnen dansen, een vrij aardige zwemmer was ik wel.

Posted on 1 Comment

Razzia

Voor mensen van wie de seksuele geaardheid omschreven wordt als BDSM – een ongelukkige afkorting die allerlei seksuele voorkeuren onder een enkele noemer gooit – is het vaak moeilijk daar op hun werk voor uit te komen zonder problemen voor zichzelf creëren. Vandaar dat ze op sociale netwerken vaak kiezen voor twee accounts, een onder hun eigen naam en een tweede onder een zelfgekozen naam.

De treurigheid van die noodzaak is op zich al schrijnend genoeg. Stel voor dat u uw tijd verkoopt aan een bedrijf in ruil voor een vast salaris. Tijd die u nooit meer zult kunnen terugkopen. Dan nog heeft u in uw vrije tijd niet het recht te zijn wie u bent, omdat u toevallig niet hetero of homo bent maar iets anders. En aan dat ‘iets anders’ kleven steevast hele nare opvattingen.

Zo houden veel psychologen en psychiaters nog steeds vast aan de opvatting dat alles wat onder BDSM valt een ziekteverschijnsel is en dat BDSM-ers per definitie slachtoffers zijn van incest, seksueel misbruik of andere gruwelijke jeugdervaringen.

Nu wil ik niet ontkennen dat er binnen de BDSM-wereld mensen rondlopen met dat soort ervaringen, maar het wetenschappelijke bewijs dat die ervaringen direct gekoppeld zijn aan hun geaardheid is echter nooit geleverd.

Natuurlijk is het wel verleidelijk dat soort verbanden te leggen. Als ik mij in het overwegend katholieke Zuiden temidden van homo’s bevindt dan lijkt het ook alsof een groot deel van die mensen op zijn minst een keer slachtoffer is geweest van seksueel misbruik door geestelijken. Om dan te concluderen dat dit seksuele misbruik de directe oorzaak is van hun geaardheid zal toch voor de meesten onder ons te ver voeren.

Je zou hooguit kunnen stellen dat iemand met een homoseksuele geaardheid meer kans heeft om op jonge leeftijd lastig gevallen te worden door oudere homoseksuelen, katholiek of niet katholiek.

Zo zou je ook kunnen stellen dat iemand die met een onderdanige, dienende seksualiteit geboren is makkelijker op een kwetsbare leeftijd slachtoffer wordt van seksueel misbruik.

Hoe dan ook, het is een discussie waar ik mij alleen in meng als ik te zwaar getafeld heb.

De reden dat ik nu toch aan deze discussie meedoe, is omdat er op dit moment een ware razzia plaatsvindt op Facebook. Mensen die een schaduwaccount hebben voor hun op BDSM gestoelde privéleven worden gedwongen een kopie van hun legitimatiebewijs op te sturen. Geven ze daar geen gehoor aan, dan wordt hun account verwijderd.

Ik zou me daar iets bij kunnen voorstellen als de getroffen mensen verweten werd een dubbele account te hebben. Naar mijn beste weten is dat in strijd met de Algemene Voorwaarden, maar de reden die soms opgegeven wordt is dat BDSM-ers geweld zouden propageren. Los van het feit dat die reden niet op enig inzicht gebaseerd is, vind ik het dubbel bizar als ik me bedenk dat ontelbare pagina’s op Facebook die daadwerkelijk geweld propageren niet verwijderd worden, ook al dienen honderden mensen een klacht in.

Toch zijn er in mijn directe en indirecte virtuele omgeving waarschijnlijk al meer dan 100 FB accounts verwijderd of aangepast aan de smaak van Facebook. Bovendien staan die mensen door het verzenden van hun identiteitsgegevens ook nog eens geregistreerd als BDSM-er.

En wat doen de BDSM-ers daaraan? Weinig. Ze klagen op Facebook. De enige plek op het Internet waar zo’n klacht geheel zinloos is. Toch gaat daar hoop ik ooit eens verandering in komen.

Ik moet vaak denken aan een straatje in Utrecht in de jaren zeventig waar zich een café bevond met overwegend homoseksuele klanten. Het café was geheel geblindeerd en gebarricadeerd en rechts naast de deur hing een koperen bordje met de tekst ‘Alleen voor leden’ en achter die deur bevond zich een zwaargebouwde man of vrouw met een honkbalknuppel onder handbereik.

Een paar straatjes verderop opende na enige tijd een nieuw café dat zich ook vrijwel uitsluitend richtte op een homoseksueel publiek, maar een totaal ander imago uitstraalde. Je kon gewoon naar binnen lopen zonder door een portier beoordeeld te worden. De hele gevel bestond uit kwetsbaar glas en je kon gewoon zien wie er zoal binnen zaten.

De harde kern van het oude café snapte er niets van. ‘Dat is toch levensgevaarlijk,’ mopperde de eigenaar. ‘Eén klap en zo’n ruit ligt eruit… Dat kán toch niet met al die potenrammers!’ Een ander zeurde dat hij geen zin had om in een etalage te zitten met zijn seksuele voorkeur.

Misschien is er ook wel eens een ruit gesneuveld, ik weet het niet, maar voor mij symboliseerde dat nieuwe café vooral het begin van een bredere maatschappelijke acceptatie van homoseksualiteit die overigens nog lang niet breed genoeg is.

Ik hoop dat zoiets op een dag voor de BDSM-scene ook binnen bereik zal komen. Maar zolang BDSM-ers zich voor collega’s, vrienden en familieleden schamen voor hun eigen geaardheid zal er niet veel veranderen.
 

Posted on 2 Comments

Niet zo netjes

Ik heb me weer eens niet zo netjes gedragen en wel zo’n 24 uur achtereen. Uiteindelijk heb ik daar nog het meest mezelf mee, maar toch kan ik het bij tijd en wijle niet laten. Soms gaat er een periode met veel stress aan vooraf, maar vaker nog kan ik het zomaar opeens zat zijn om me hoffelijk op te stellen in een wereld die ik als redelijk hufterig ervaar.

Zomaar uit de losse pols lukt het me niet om de valse hond in mijzelf genoeg ruimte te bieden. Ik heb er een fikse sloot drank voor nodig, maar dan gooi ik ook echt alle trossen los. Op verbale wijze weliswaar, maar dat is geen excuus. Ik ben vaak genoeg doelwit geworden van verbale agressie om te weten dat je soms beter een goede knal voor je hoofd kunt krijgen.

De avond begon met een goed humeurtje. Ik had twee glazen drank op en verheugde me om naar het twaalfjarig bestaan van Meesteres Manita’s Fetish SM Play Party te gaan. Een beetje onzeker was ik wel want ik zou in mijn eentje gaan, omdat het even niet anders kon.

Bij binnenkomst zat een dame aan de andere kant van de bar voortdurend naar me te kijken en in mijn onnozelheid dacht ik heel even dat ik het voor een bijna zestigjarige nog aardig deed bij de dames. Totdat ik iets bekends in haar gezicht dacht te zien. Ze stond op van haar kruk en kwam naar me toelopen en nu wist ik zeker dat ik haar eerder had gezien. Ik kon haar alleen niet plaatsen waardoor ik meteen aan mijn geheugen begon te twijfelen. Beginnende Alzheimer of Korsakov misschien?

Ze stelde zich voor en meteen wist ik het weer. Dat ik haar niet meteen herkend had kwam tot mijn opluchting voort uit het feit dat zij een reeks cosmetische operaties had ondergaan en bovendien behoorlijk was afgevallen.

Ooit had ik haar gratis gefotografeerd. Ik zou de foto’s dan mogen gebruiken voor tentoonstellingen en zij zou op haar beurt datzelfde materiaal voor privé gebruik krijgen.

Het werd een avond ergens in de provincie bij een echtpaar waarvan de man de ene na de andere lijn cocaïne in zijn neus duwde en steeds vervelender teksten begon uit te kramen over zijn avonturen met veel te jonge hoertjes in Thailand.

Ik wilde weg, maar bedacht me dat zo’n actie mogelijk op zijn agressie zou kunnen werken en bovendien had ik een assistente bij me die met één welgemikte klap een ijsbeer kon vellen, dus ik voelde me veilig genoeg om de vrouw in kwestie te fotograferen.

Zo begon een merkwaardige fotosessie in een veel te luidruchtig gedecoreerde slaapkamer. Op het schermpje achter op mijn camera zag ik dat de foto’s onverwacht goed uitpakten. Niet materiaal dat ik voor een tentoonstelling zou kunnen gebruiken, maar in alle opzichten technisch acceptabel werk. De ambachtsman in mij kon tevreden zijn.

Bij het vertrek kwam de snuiver naar me toe en dwong mij min of meer de ruwe bestanden op de geheugenkaartjes van mijn camera over te zetten naar hun PC. Iets wat ik nooit toesta, maar nu leek het mij verstandiger gewoon maar gehoor te geven aan het verzoek, wilde ik nog heelhuids thuiskomen. Hij bezwoer me dat zij de foto’s gewoon ‘effe’ wilden zien en keurig de door mij geselecteerde en bewerkte bestanden zouden afwachten.

Een week later kwam ik alle onbewerkte foto’s tegen op een website voor betalende leden. Ze stonden allemaal in postzegelformaat op de voorpagina van de site en ik kon ze alleen op oorspronkelijke grootte zien als ik via een 06-nummer betaalde.

Ik herinnerde de vrouw die nu naast me zat aan het incident en zij ontkende in alle toonaarden dat ze überhaupt ooit foto’s van me had ontvangen, maar ze wilde wel graag nog een keer voor me poseren. Ze voegde er heel sluw aan toe dat ze inmiddels wel van de snuiver was gescheiden.

Mijn humeur was nog steeds opperbest, maar even later werd ik toch kwaad. Niet alleen kwaad op haar, maar kwaad op iedereen die ooit op slinkse wijze werk van me had losgetroggeld.

Licht een bankier op, een notaris of een politicus maar laat mij als marginaal fotograaf met rust, denk ik dan. Als ik ergens hysterisch van kan worden, dan zijn dat mensen die je gratis inzetten onder het mom van een vriendendienst om er vervolgens zelf inkomen uit te genereren.

Het kwam niet meer goed die avond, ik zoop me helemaal klem en begon links en rechts beledigend te zijn. Vooral vrouwen hadden het zwaar te verduren. Eerder op de avond had ik nog bij wijze van grap op Facebook geplaatst: ‘Wat is het toch fijn om een vieze oude man te zijn’ en nu begon ik me er nog eens naar te gedragen ook.

Tegelijkertijd bleef de woede als een gezwel dat maar niet wilde knappen in me te groeien, waardoor ik tot ver in de volgende ochtend nog dubieuze teksten op Facebook zat te plaatsen.

Heel gênant weer en echt opluchten deed het ook niet.

Posted on Leave a comment

Wijwater pissen

Zij, midden zestig en maatje 34, liep naast me over de gracht. Ze was nog steeds de mooie vrouw die ze altijd al was geweest. Ze droeg dezelfde spijkerbroek als haar kleindochter die ik even daarvoor de hand had geschud. Ik had nog net de uitroep: ‘Zó, jij bent een grote meid geworden!’ weten te onderdrukken, hoewel mijn verbazing oprecht was want ik had het kind sinds haar vierde niet meer gezien en nu was ze getrouwd met een eigen kind op komst.

Waar heb je het over met een vrouw waar je decennia geleden een kortstondige relatie mee hebt gehad? Ik keek naar haar kapsel dat eruit zag alsof elke haar apart geverfd en geknipt was. ‘Je hebt een goede kapper, dat zou voor mij ook wel wat zijn,’ zei ik.

‘Nee hoor, doe ik zelf. Gewoon twee tinten PolyColor. Net geen coupe soleil, maar wel een stuk natuurlijker dan dat blond van die kantoormeisjes.’

Ze hield er niet van om al te duur over te komen met haar grachtenpand van zeven miljoen Euro dat ze ooit met het krakerscollectief waar ze deel van uitmaakte voor 30.000 gulden had overgenomen van de gemeente Amsterdam. Ze sprak ook niet graag over de rest van het collectief dat ze met veel moeite en weinig geld al snel na overname het pand had uitgewerkt.

Wat bepreek je met een vrouw die eigenlijk nergens over wil praten? Dan blijft er maar een enkel onderwerp over. De ex-echtgenoot. Ik zie dat onderwerp altijd als een fragmentatiebom op de conversatie met elke vrouw van mijn generatie. Wordt dat onderwerp eenmaal aangesneden, dan weet je twee dingen zeker; er vallen geen stiltes meer, maar je komt voor de rest van de middag ook geen seconde meer aan het woord.

‘Hoe gaat het eigenlijk met je ex?’ De wanhoop in mijn stem moet hoorbaar geweest zijn, maar ze stak enthousiast van wal.

Alles wat ik indertijd ook al tot vervelens toe had moeten aanhoren werd me opnieuw voorgeschoteld. Zijn obsessieve vreemdgaan, zijn drankgebruik en vooral zijn verkeerde beslissingen op het vlak van financiën.

Zelf vond ik het altijd wel een aardige man. Hij maakte levensgrote schilderijen van zeer voluptueuze vrouwen, van alle soorten vrouwen eigenlijk als ze maar geen maatje 34 hadden en blond haar. De Sturm und Drang die het werk uitstraalde was bijna verpletterend te noemen.

Het laatste wat ik vernomen had was dat hij een grote tentoonstelling in New York had met gigantische afbeeldingen van tulpen. Dat laatste had me verbaasd. Ik onderbrak haar monoloog en vroeg hoe het mogelijk was dat haar ex zo laat in zijn leven van thema was gewisseld.

‘Ach, zo gaat dat nu eenmaal met mannen,’ zei ze. ‘Vroeg of laat gaan jullie toch allemaal wijwater pissen?’

Ik keek zwijgend voor me uit.

‘Of wil je zeggen dat jij wel nog steeds met dat motorclubje van je op stap gaat?’

Met dat motorclubje doelde ze op de BDSM scene. Ik dacht terug aan de avonden dat ik haar vergeefs had geprobeerd uit te leggen wat fetisjisme en sado-masochisme nu eigenlijk in de praktijk inhielden en dat het beeld in de media niet altijd zo realistisch was. Nu zweeg ik. Ik had geen zin dezelfde oude discussies weer op te rakelen. Het was zinloos. Alles leek zinloos op dat moment.

Ze keek me spottend aan, terwijl ik neutraal voor me uit probeerde te kijken, totdat ze in lachen uitbarstte.

‘Zie je wel, ook jíj bent wijwater gaan pissen!’

 
 

Posted on Leave a comment

Lieve man

Eigenlijk ben ik nooit een lieve man geweest. Eerder een onsympathieke of zelfs gehate man. Ik krijg acuut migraine als ik terugdenk aan hoeveel conflicten ik in mijn leven heb uitgevochten om zaken die te maken hadden met principes. Míjn principes wel te verstaan, want ik ben zo’n eigenwijze druiloor die zijn eigen tien geboden van goed en kwaad heeft opgesteld. Dingen waar niemand van wakker ligt, daar kan ik me bijzonder over opwinden. Daarentegen zijn er ook veel nare gebeurtenissen in dit bestaan waar ik echt het drama niet van kan of wil inzien.

Natuurrampen zijn daar een mooi voorbeeld van. Ik kan zonder medeleven kijken naar berichtgeving over een tsunami. Dan zie ik ergens zo’n man of vrouw zich aan een stuk wrakhout vastklampen en dan volg ik dat gespartel in een modderrivier vol losgeslagen rotzooi zoals een ander naar een gezellige comedy kan zitten kijken.

Of dieren die als betrekkelijk ongevaarlijk te boek staan maar opeens mensen gaan verslinden. Vind ik ook amusant.

Ik weet dat ik daarmee fijnbesnaardere lieden dan ik op de tenen ga staan, maar ik kan het drama echt niet herkennen. Wij doen nare dingen met de natuur en de natuur doet nare dingen met ons. Hoe gruwelijk ook, binnen mijn tien geboden valt zo’n tsunami onder goed en niet onder kwaad.

Hetzelfde geldt voor diersoorten die om de haverklap uit hun natuurlijke omgeving getrokken worden om gewogen, gemeten en van zendapparatuur voorzien te worden met als doel een bioloog aan een zinloze publicatie te helpen. Wordt zo’n wetenschapper dan eens onverwacht opgepeuzeld, dan vind ik dat fair play en ik controleer dan altijd meteen even of er niet een leuke video van het gebeurde op YouTube staat.

De laatste paar jaar is mijn nare imago echter aardig aan inflatie onderhevig. Steeds vaker hoor ik dat ik toch ‘zo’n lieve man’ ben. Heel benauwend vind ik dat. Volgens mij worden mensen het liefst gevonden als ze oud of gehandicapt in een rolstoel zitten en met de lepel gevoerd moeten worden.

Wat ik nog beangstigender vind, is dat ik nog nooit zo vaak zakelijk genaaid ben als sinds die twee inmiddels door mij gevreesde woorden ‘lieve man’ opdoken.

Twee weken geleden gloorde er opeens weer hoop aan de horizon want ik ontving een aantal E-mails van een vrouw met een inktzwarte kijk op het leven. Als een geoefend viswijf schreef ze zo’n twintig kantjes vol over wat er zoal niet aan mij deugde. Opeens was ik een geldwolf, een oplichter en nog veel meer.

In eerste instantie was ik er oprecht kapot van en ik liet de E-mail lezen aan iemand die haar ook kende en die concludeerde meteen dat de vrouw een pracht van een zelfportret had geschreven. Projectie dus en dat ik mij er maar vooral niets van moest aantrekken.

Toch vond ik dat nu ook weer een afknapper. Diep in mijn hart was ik niets liever dan de door die vrouw beschreven man geweest. Dan zou er weer hoop zijn, want blijf ik nog wat langer die ‘lieve man’ dan kan ik beter alvast mijn eigen faillissement aanvragen en een mooie urn of kist gaan uitzoeken.
 

Posted on Leave a comment

Oude mannen

Oude mannen druppelen na, ik weet het. Niemand buiten de persoonlijk betrokkenen om interesseert zich nog wezenlijk voor de vliegramp met de MH17. Voor mij blijft desalniettemin de vraag staan waarom zoveel partijen verdacht worden van verantwoordelijkheid behalve de flight crew en het management van Malaysian Airlines. Ze vlogen immers willens en wetens boven oorlogsgebied.

Het eerste bericht van de Separatisten op Twitter was dat ze een Andropov transportvliegtuig omlaag gehaald hadden. Dat klinkt als een ‘gewone’ oorlogsdaad. Schieten en niet écht weten waar je op schiet. De Amerikanen excelleren daar al jaren in, hoewel ze met hun drones wel steeds beter worden.

Echt Russisch is het niet. Russische militairen wordt geleerd spaarzaam met munitie om te gaan, dus ook met raketten. Hetzelfde geldt voor de Russische veiligheidsdiensten. De oude communistische geest lijkt veel op het ons zo vertrouwde Calvinisme waarin spaarzaamheid de grootste deugd is.

Ooit zag ik een trainingsfilmpje van de Spetsnaz. De Spetsnaz zijn Russische commando’s die voor de Russische Staat werken als dat zo uitkomt, maar ook voor grote bedrijven, kortom voor iedereen die ze betalen kan. Een van hen vroeg aan de commandant: ‘Waarom schieten de kapitalisten altijd zonder te richten?’ Het antwoord van de commandant was simpel: ‘Kapitalisten hebben nu eenmaal net zoveel geld als ze angst voelen.’

Wat zou een club rebellen bestaande uit militairen en mensen van veiligheidsdiensten moeten doen met een paar raketten? Ze konden ze moeilijk op hun eigen achterban richten, want die bevond zich immers overal om hen heen. Het neerschieten van een transportvliegtuig is dan vanuit militair standpunt een schone zaak. De bevoorrading van de vijand frustreren, dat is geheel volgens het boekje.

Waar die raketten vandaan kwamen, daar zou je uit verveling over kunnen speculeren, maar het ligt wel bijzonder voor de hand dat die aangeleverd zijn door de Russen. Op welk niveau? God mag het weten. Poetin lijkt me daar strategisch te sluw voor. Die raketten laten een veel te breed spoor na en Poetin blijft bij zijn standpunt dat hij nu eenmaal geen troepen in de regio heeft, dus wat zou zijn belang zijn? Het ligt meer voor de hand dat de raketten aangeleverd zijn door corrupte commandanten van het Russische leger dat zich nu in massale eenheden aan de grens met Oekraïne nestelt. Een vrachtwagentje raketten voor drie vrachtwagens Wodka, zoiets.

Zou onderzoek iets dergelijks uitwijzen dan is dat niet voldoende voor een internationaal incident dat groot genoeg is om de EU de kans te bieden om te laten zien dat onze piepjonge volkerenbond best ‘Kriegsfähig’ is. U hoorde onze onvolprezen premier al denken: ‘Send in the Marines!’

De uitslag van welk onderzoek dan ook mag dan ook nooit zijn dat het hele incident een foutje was van een paar beschonken, zonder echte leiding opererende Russische huurlingen.

Onze premier vindt dat de schuldigen voor het tribunaal gesleept moeten worden en menige Nederlander maakt zich zorgen of dat wel gaat lukken. Dat ligt er maar helemaal aan. Als Poetin inderdaad direct verantwoordelijk is geweest voor de levering van die raketten, dan zal hij daar vrijwel zeker oude KGB-connecties voor gebruikt hebben zoals misschien mijnheer de kersverse president van Niemandsland Aleksandr Borodaj.

Met vooruitzicht op internationale sancties zal Poetin niet aarzelen Borodaj plus staf te laten liquideren om een voor hem gênant oorlogstribunaal te voorkomen, want zo spaarzaam als Russen met munitie omgaan, zo ruimhartig zijn ze als het gaat om het neerleggen van hun eigen agenten.

Posted on Leave a comment

Verjaardag 2014

‘Ik bel je toch niet wakker?’

Middernacht en ik was 59 geworden. Eerder om tien uur ‘s avonds was ik ingedommeld, maar niet écht want op Facebook stond mijn ‘groene lampje’ nog aan, dus ik sliep terwijl ik eigenlijk wakker was.

Na nog twee telefoontjes en kort maar liefdevol bedankt te hebben voor felicitaties ben ik weer naar bed gegaan. Wel zette ik voor de zekerheid mijn telefoon uit.

Ik werd in mijn eentje wakker op mijn verjaardag, iets waar ik nog steeds een beetje aan moet wennen met zoveel liefde om me heen. Op mijn telefoon zag ik dat ik dertig chat-berichten had gemist met teksten als: ‘Waarom sta ik in de negeerstand? Je reageert niet! Ik kan toch zien dat je wakker bent!’

Nee, ik was niet wakker, ik heb zo’n tien uur geslapen met misschien twee korte onderbrekingen van vijf of tien minuten om naar het toilet te gaan en te bedanken voor felicitaties op mijn FB Timeline.

Maar in een parallel universum was ik gewoon wakker omdat mijn ‘groene lampje’ aanstond.

Ik zie de toekomst al voor me. Man lag tien jaar dood in woning, terwijl de buren zeker wisten dat hij leefde, want zijn ‘groene lampje’ had al die tijd gewoon aangestaan.

Posted on Leave a comment

Een vrolijke klootzak

Ik weet niet meer zoveel. De uitroeptekens van mijn jeugd zijn langzamerhand vraagtekens geworden. Tegelijkertijd is mijn algemene kennis over het leven wel degelijk gegroeid. Dat merk ik aan twee dingen; ik verbaas me nergens meer over en ik kan het gedrag van mezelf en anderen steeds beter voorspellen.

Dat voelt niet als winst. Kennis zou moeten verrijken en verblijden. Het trefzeker voorspellen van mijn eigen gedrag en dat van anderen voelt als sleur. Me nergens meer over kunnen verbazen is eveneens een gemis omdat verbazing nu eenmaal een goede inspiratiebron is.

Probeer bij deze constateringen maar eens een vrolijke klootzak te blijven.

Toch ontbreekt het me niet aan levenslust. Zo vind ik het heerlijk om ergens midden in de dag het werk neer te leggen, naar de winkel te lopen en twee flessen Wodka te halen. Een grote voor het genot en een kleine om daarmee daags erna de kater te cureren.

Dat laatste klinkt een beetje ordinair en dat zou ik ook nooit gedaan hebben als ik niet ooit aan een gezaghebbend redacteur van Querido had gevraagd: ‘Hoe doen jullie dat toch met dat zuipen? Ik heb altijd vreselijke katers die soms drie dagen aanhouden… Gruwelijk!’

De man keek me aan met dezelfde vermoeide blik waarmee hij ook college kon geven over het gebruik van Anglicismen.

‘Daar drink je je toch gewoon doorheen?’

‘Gewoon ‘s ochtends bij het ontwaken? Kloek-kloek?’

‘Precies!’

Omdat ik zijn adviezen altijd zeer serieus nam wanneer het schrijven betrof, zag ik geen reden deze raad in de wind te slaan. De man was weliswaar letterkundige en geen internist, maar alcohol en schrijven zijn toch een beetje familie van elkaar.

Ik betreur dat advies nog wel eens, want dat cureren van een kater kan zo gezellig worden dat je er eigenlijk nog wel een paar weken mee door zou willen gaan.

Inmiddels doe ik dat niet meer. Trots ben ik daar niet op, want in het verleden wist ik nog wel eens een depressie in een vaatje Wodka te verdrinken en nu ga ik hem gewoon uitzitten met het nodige chagrijn. Niemand heeft daar last van zou ik willen zeggen, maar dat is niet zo.

Dronken herhaal ik mezelf nogal en ik kan wel roepen dat dit ongemak ruim gecompenseerd wordt door de accijnzen op Wodka die uiteindelijk het maatschappelijke belang dienen, maar echte troost biedt dat de medemens kennelijk niet.

Vast staat wel dat men minder last van mij heeft wanneer ik een paar weken doordrink. Dat je jezelf nuchter kunt drinken is geen sprookje wanneer het Wodka betreft. Op mijn beurt heb ik zelf wel weer veel meer last van anderen wanneer ik nuchter ben.

Het is soms moeilijk de eigen belangen en die van anderen af te wegen als je al vanaf je jeugd in de overtuiging leeft dat niets, maar dan ook niets in dit bestaan in balans is.

Zonder het me echt beseft te hebben ben ik door ouderdom en slijtage langzaamaan een sociaal drinker aan het worden.

Met sociaal drinken bedoel ik dat ik alleen drink als ik publiek heb. Die anderen hoeven niet per se mee te drinken. Liever niet eigenlijk en zeker niet wanneer ik nog maar weinig Wodka in huis heb.

Zo kan ik ook een lichte ergernis voelen bij mensen die in mijn huiskamer zitten te roken. Dit terwijl ik zelf een kettingroker ben. Ik word steevast elke ochtend wakker met een aansteker in mijn hand.

Ik vind niet dat men van mij kan vragen ook nog eens ‘mee te roken’ want als ik die onder publicatie quota zwichtende wetenschappers moet geloven is dat mogelijk nog schadelijker dan het roken zelf.

Als ik iets mis aan het ‘professionele drinken’ dan is het vooral de gelatenheid die na een week of wat innemen vrijwel automatisch ontstaat. Die rust mis ik nu vaak. Als amateur drinker met een paar social media onder handbereik stel ik mij al te vaak op als een onzin uitkramende dilettant en dat leidt tot decorum verlies.

Dat doet meer pijn dan u misschien zou denken.

Posted on Leave a comment

De kat en de windbuks

We wijzen in Nederland graag met een corrigerend vingertje naar andere landen en dat is ook heel begrijpelijk, want zelf zijn we eigenlijk nooit zo netjes geweest. Niet in de Gouden Eeuw, niet in onze koloniën en niet in de Tweede Wereldoorlog. Het heden is ook al niet echt iets om trots op te zijn.

Veel Nederlanders van mijn leeftijd (58) zijn ook niet zo netjes opgevoed. Misschien ben ik een uitzondering, maar waarschijnlijk niet.

Ik werd opgevoed met ideeën die nu als extreem verwerpelijk gezien worden door een overigens snel krimpende meerderheid van de bevolking. Door het bombardement waarin mijn moeder veel familieleden verloor werd ik geacht een hekel aan alle Duitsers te hebben, ook de Duitsers die in de verste verte niets met het Nazisme of de oorlog te maken hadden gehad.

Bij begrafenissen in de familie moest mijn tante Diesje dertig meter achter de rouwstoet aanlopen omdat zij in de oorlog verliefd was geworden op een hooggeplaatste Duitse officier.

Zij schikte zich in dat lot en stierf in eenzaamheid. Niemand van de familie verscheen op haar begrafenis.

Kreeg ik van mijn vader een klusje om in een nieuw aangekocht huis alle loden leidingen te slopen om ze te laten vervangen door PVC, dan mocht ik dat lood behouden en verkopen als beloning voor mijn arbeid, maar nadrukkelijk niet bij een Joodse opkoper, want die waren volgens mijn vader niet te vertrouwen. We hadden er maar één in onze woonplaats en die heette Cohen, dus ik heb dat lood uiteindelijk maar in arren moede in een kanaal geworpen. Niet goed voor het milieu, maar het milieu bestond toen nog niet.

Buiten de protestanten in de straat waar we een hekel aan hadden omdat ze verantwoordelijk waren voor De Beeldenstorm, waren er nog meer groepen mensen waar ik niet mee om mocht gaan, zoals ‘de zwartjes’, een algemene term voor alles wat niet ‘van hier’ was, maar meestal betrof het mensen uit het oude Indië.

Helemaal boven in de hiërarchie van mensen die in de ogen van De Weldenkenden in onze straat als verwerpelijk gezien werden stond De Poot, de enige man in de straat die een vrij beroep had (etaleur) en openlijk voor zijn homoseksuele geaardheid uitkwam.

Op mijn zesde verjaardag kreeg ik net zoals mijn vriendjes verderop in de straat een windbuks met een doos kogeltjes. Ik weet niet meer of we daarom gevraagd hadden of niet.

In ieder geval was het geen goed idee van onze ouders, want je moet kwajongens niet van dat soort wapens voorzien. Binnen de kortste keren waren we uitgekeken op die kleine kaartjes met cirkels erop die als schietschijf moesten dienen. Na twee weken schoot ieder van ons zonder veel moeite midden in de roos. Zo precies dat we soms amper konden zien of het kogeltje door het gaatje in het karton van de vorige schutter was gegaan.

We zochten andere doelwitten. We begonnen met het wasgoed van de buurvrouw. We schoten eindeloos veel kleine gaatjes in lakens en ondergoed. Ook dat begon snel te vervelen, omdat de vrouw haar wasmachine de schuld gaf van het ongerief.

We verveelden ons sowieso kapot. We leefden in een stad die net geen echte stad was. Er was geen televisie, wel radio maar die ging alleen aan voor klassieke muziek en het wekelijkse reactionaire praatje van G.B.J. Hiltermann.

Het duurde niet lang of we schoten onze eerste vogel in de dakgoot dood. Dat was geen enkel probleem geweest als het karkas van het arme dier de afvoerpijp niet had verstopt, dus werden onze wapens als straf voor een week op zolder opgeborgen.

Een maand later, na weer eindeloos op die kaartjes geschoten te hebben, zagen we opeens de kat van De Poot over ‘onze’ schutting lopen. Hij liep daar wel heel parmantig in onze vizieren en we haalden de trekker over. Wie raak geschoten had wisten we niet, maar we kwamen niet op het idee om hard weg te rennen, want we voelden gewoon feilloos aan dat we deze keer niet gestraft zouden worden.

In plaats daarvan kregen we De Poot zelf achter ons aan en die kwam op ons ook niet zo bedreigend over en bovendien waren we sneller dan hij. Vooral omdat hij het gewonde dier in zijn armen mee moest dragen.

Onze ouders konden er eigenlijk wel om lachen. Onze buksen werden in ieder geval niet naar zolder verbannen.

Zo rond mijn achttiende echter, inmiddels als vrijwilliger werkzaam voor het COC, begon het incident te knagen en besloot ik terug te keren naar mijn geboorteplaats om mijn excuses te maken aan de man die wij zoveel leed hadden aangedaan.

Als hij mijn hoofd ziet, dan komt hij misschien wel met een keukenmes naar buiten, dacht ik de hele weg naar zijn woning toe, maar in plaats daarvan ontving hij mij allerhartelijkst.

Ondanks het vroege tijdstip bood hij mij een Bacardi-Cola aan en begon alles waar ik me voor me wilde verontschuldigen goed te praten met de tekst dat alles toen nu eenmaal zo was en dat hij dat wel begreep.

Mijn schuldgevoel werd groter en groter. Wat een aardige man bleek hij te zijn. We dronken het ene na het andere glas Bacardi-Cola en na een uur of drie waren we beiden redelijk aangeschoten.

Hij stond wat onvast op zijn benen en bij het serveren van het zoveelste drankje verloor hij zijn evenwicht en viel naast mij op de bank.

Zo van dichtbij zag ik de pancake op zijn wangen en de geëpileerde wenkbrauwen. Hij was veel ouder dan ik gedacht had.

‘Mag ik aan je zitten?’ vroeg hij. Ik deed mijn gulp open en hij begon te pijpen. Ik wilde oprecht dat het goed voor hem zou zijn en legde om wat intimiteit toe te voegen mijn hand op zijn hoofd en ik voelde bij elke beweging zijn pruik heen en weer schuiven.

Een uur later stond ik hikkend van de drank buiten en ik begreep even helemaal niets meer van het leven.

Posted on Leave a comment

Trendy

Je mag in Nederland niet meer opkomen voor Moslimjongeren want dan ben je een softie of een grachtengordelkut. De zieltogende ‘gevestigde’ media weten wat het volk wil horen en een journalist die nog achter feiten aan wil gaan is een querulant.

Nu ben ik altijd al graag impopulair geweest in dit land opgebouwd door zeerovers, slavenhandelaren, vermeende verzetshelden, salonsocialisten en vrije markt fundamentalisten die hun huishoudboekje niet kloppend krijgen, dus waag ik mij er toch maar even aan.

Aanleiding is een kop in de Volkskrant online waarin de zorg over een ‘popjihad’ wordt uitgesproken. Om de ernst te onderstrepen wordt gemeld dat de verering van Al Qaida symbolen niet alleen bij jongeren in de Randstad voorkomt. Een interessante constatering die we maar beter niet kunnen proberen te doorgronden.

Zo groot is dit land nu ook weer niet.

We gaan er maar vanuit dat de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid het beste voor heeft met onze jongeren van welk geloof dan ook.

Toch zal de ‘popjihad’ weer koren op de molen zijn voor hen die de Islam een ‘achterlijk geloof’ vinden, maar nu we het toch over achterlijk hebben… Hoe zit het met die Amerikaanse jongeren die geheel vrijwillig tekenen voor een leger dat zo langzamerhand aan meer oorlogsmisdaden schuldig is dan welk ander leger ooit?

De Amerikaanse jongeren worden bewust geronseld in gebieden van Amerika waar de werkloosheid hoog is. Het gaat veelal om ongemotiveerde mannen en vrouwen die op een wereldkaart niet eens Europa of Afrika kunnen aanwijzen, laat staan Iraq of Syrië. Enige kennis van (de) cultuur is hen geheel vreemd. Internationale afspraken negerend trekken ze moordend en martelend over de wereld in de naam van een Vrije Democratie die ze in hun eigen land nooit echt gekend hebben.

Ze zien zichzelf als vaderlandslievend, maar uiteindelijk willen ze vooral het juk van de werkloosheid van zich afschudden in een land dat technisch en ideologisch failliet is. Het zijn visieloze sufferds die geofferd worden in een strijd die niet geheel gewonnen mag worden, omdat de bedrijven die het wapenmaterieel aanleveren dat zakelijk onverantwoord vinden.

Dat kun je dan van ‘onze jongens in Syrië’ niet zeggen. Die hebben wel degelijk een ideologie. Achterlijk of niet achterlijk, ze weten waar ze voor strijden. Dat ze daarvoor als kanonnenvlees geofferd worden door fundamentalisten is diep triest en verdient alle zorg en aandacht, maar door ze bestempelen als trendy terroristen bestrijden we niet de oorzaak maar de symptomen.

Je zou ze eventueel wel kunnen verwijten dat ze niet genuanceerd genoeg kunnen denken, maar dat gaat helaas voor een goed deel van onze politici ook op.
 
PS: Ik sympathiseerde op de leeftijd van die jongens in Syrië met de Rote Armee Fraktion plus nog veel meer anarchistische splintergroepen en kijk eens wat een keurig, reactionair burgermannetje ik ben geworden.