De Zuidas

Je kunt pech hebben met het eerste nieuws dat je ‘s ochtends leest, maar ook ongelooflijke mazzel. Zo las ik vandaag als eerste nieuws: De Zuidas loopt leeg. Na ABN ook advocatenkantoor De Brauw, Blackstone Westbroek weg.

Begrijp me goed, ik ben een bewonderaar van de architectuur op de Zuidas, en dat is ook de reden dat ik er af en toe naartoe ga. Op de een of andere manier heb ik zelden werk gehad waarvoor ik mij naar de Zuidas moest verplaatsen. Voor mij is er nog voldoende bedrijvigheid binnen het centrum van de stad.

De Zuidas heeft wel een mooie, snelle verbinding met de Nieuwmarkt en daardoor gebeurt het vaak dat groepen kantoorpersoneel, op weg naar een Vinexwijk, nog even op de laatste metrohalte voor het Centraal Station uitstappen om gezellig met een groep van dertig mensen een veel te klein terrasje te bezetten. Ik gun ze dat van harte. Ik moet me na mijn werk ook altijd even ontspannen en ik zou er zeker tegenop zien om terug te moeten reizen naar een verre woning die eigenlijk alleen geschikt is om in te slapen, de was te doen en te stofzuigen. Of te moppen, kan ik beter zeggen, want die woningen zijn natuurlijk allemaal voorzien van wit plastic laminaat. Althans, zo stel ik mij dat voor.

Kennelijk is de airco in die kantoorgebouwen wat lawaaierig, want die lieve kantoormensjes praten altijd zo hard. Je kunt op een terras dat twintig meter verder ligt hun conversaties nog steeds nauwgezet volgen. Dat is ook niet echt een ramp, want het blijft allemaal heel blij, positief en inhoudsloos wat ze te melden hebben.

Qua uitzicht zijn ze ook niet belastend. Mensen hier in de buurt zijn niet zo modieus. Het is altijd aardig om voor de afwisseling mensen te zien in kleren die niet uit een rek van een vintagewinkel zijn getrokken, of uit een stapel tweedehands kleding op het Waterlooplein. Je moet er ook weer niet al te lang naar kijken, want dan ga je zitten somberen of die mensen, de mode zo op de voet volgend, nog wel geld overhouden om de hypotheek te betalen en hun kat van verantwoord voedsel te voorzien.

Hoe mooi zou het zijn als die mensen gewoon zouden kunnen wonen op de plek waar ze werken? Mijn partner zei het ook al: ‘Wat een mooie woonruimtes kunnen ze in die gebouwen maken.’

‘Nou en of! Maar de meeste bedrijven zullen daar toch wel blijven, puur omdat een groot bedrijf dat in gebakken lucht handelt niets voorstelt zonder een groot gebouw,’ zei ik, alsof ik ergens verstand van heb, ‘maar het zal nog niet goedkoop zijn om van die kantoorunits woningen te maken.’

Er viel een stilte. Ik had duidelijk weer een open deur ingetrapt en mijn partner is zo lief om me dan gewoon even alleen te laten met mijn eigen gedachten.

Na vijf minuten verbrak ik de stilte weer. ‘Ach ja, alles in Amsterdam is duur. Behalve bejaarden zoals jij en ik natuurlijk. Die kosten vrijwel niets.’

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *