Samen dit, samen dat

Gisteren moest ik vanwege geluidsoverlast het raam gesloten houden, omdat circa 150.000 mensen door het centrum van de stad marcheerden. Ik kreeg geen helder beeld waar ze voor of tegen waren, antifascisten en fascisten liepen naast elkaar, bijna hand in hand, leuzen te schreeuwen en op trommels te slaan. Ik hoorde woorden als ‘priktatuur’ en woningnood in één adem genoemd worden. Ik zag veel vlaggen met leeuwen erop en veel oranje, de enige kleur die mij – op onverklaarbare wijze – pijn aan de ogen doet.

Alsof ik mij niet al genoeg buitenstaander voelde doordat ik mij niet mag verlustigen of bezondigen aan nepnieuws, terwijl ik toch echt opgevoed ben met eindeloze verhalen over een onsterfelijke man die nu in de lucht woont, maar tijdens zijn aardse aanwezigheid over water liep en de mensen vermaakte met wonderbaarlijke vermenigvuldigingen van brood en wijn. Hij had zelfs zijn eigen raad van bestuur, waarin Judas wordt gezien als de verrader en Petrus als de brave borst die het fundament legde voor een kerk waarin, na de Inquisitie, ook nog eens eeuwenlang kindermisbruik werd getolereerd.

Hoe kun je dan later in je volwassen leven nog geacht worden een onderscheid te maken tussen wat goed en kwaad is? Wat zou er mis zijn met de gedachte dat Judas het leven van zijn leermeester geofferd heeft om de levens van miljoenen anderen na hem te sparen? Als een goedbedoelende, maar extreem onbenullige CIA-agent op Netflix, zeg maar.

Weldenkenden in mijn omgeving verbieden mij nu te geloven dat Thierry Baudet een pedofielennetwerk runt vanuit een snackbar in Hoofddorp. Ik stel mijzelf buiten de maatschappij als ik dat veel makkelijker vind om te geloven dan dat we echt iets constructiefs aan de klimaatcrisis zullen gaan doen voordat het circuit van Zandvoort blank staat en de Koninklijke familie een veel te hoge declaratie indient voor stomerijkosten vanwege natte broekspijpen.

Er zijn zoveel dingen die je moet geloven, om deel uit te maken van het grote samenzijn, dat je bijna permanent een blik in je notitieboekje met maatschappelijke waarheden moet werpen om geen verkeerde gedachten te krijgen. Ik hou mijn lijstjes inmiddels vrijwel dagelijks bij. Roken vervuilt en moet bestreden worden, autorijden niet. Dat schreef ik dertig jaar geleden met een vulpen in mijn boekje. Inmiddels heb ik dat notitieboekje gedigitaliseerd, telt het 347 pagina’s en draag ik het altijd bij me op mijn smartphone. Dingen die ik moet onthouden om mijzelf niet nog verder buiten die maatschappij te stellen, waar ik mij al vanaf mijn jeugd niet echt in thuis heb gevoeld.

Waarom wordt mij nepnieuws eigenlijk zo misgund?

Natuurlijk geloof ik dat longartsen op Ic’s 80% werk hebben aan die 20% van de bevolking die niet gevaccineerd is. Het zal niet op cijfers achter de komma uitgerekend zijn, want die 80/20 verhouding klinkt als iets wat uit de losse pols is opgetekend door een oververmoeide longarts. Wel kun je laten zien dat je een verantwoord burger bent door zo’n uitspraak direct te retweeten. Iets hoeft niet feitelijk juist te zijn, het moet het juiste sentiment vertolken.

Ik geloof vrijwel alles. De man die over water liep heb ik uit mijn leven gebannen, maar de kwaliteit om onzin te absorberen ligt nog steeds aan de basis van mijn denken. Volgens de methode Pavlov is mij als klein kind al geleerd om gewenste en ongewenste waarheden of leugens van elkaar te scheiden, met andere woorden: dat wat geloofd moest worden en dat wat niet geloofd moest worden. Bij een foute inschatting werd ik als opstandig gezien en de gang opgestuurd, net zo lang totdat ik nog maar één regel uit de catechismus slapend kon opdreunen: ‘Heer, ik ben niet waardig dat U tot mij komt.’

Of dat wel de status van een gewenste waarheid had en niet eerder als oefening in gehoorzaamheid bedoeld was, dat wist ik niet helemaal zeker, maar ik hoopte vurig dat de pater die geschiedenisles gaf me niet nog een keer met zijn erectie zou komen lastigvallen. Hij mocht dan het Opperwezen niet zijn, maar wat mij betreft wel zijn filiaalhouder.

Van politieke idealen ben ik blijvend bevrijd, sinds ik links, rechts of het midden niet meer zie als weerspiegelingen van verschillende ideologieën, maar als grote en kleine vakken met stoelen die bezet worden door mensen die, of ze nu wel of niet presteren, hun wachtgeld of een burgemeesterspost toch wel krijgen. Ik hoef me over hen dus geen zorgen te maken en dat zij zich over mij wel zorgen zouden maken, dat moet ik maar weer voor waar aannemen. Iets voor het notitieboekje.

Toch ga ik elke keer weer naar de stembus. Mijn innerlijke waarheid is dat ik slechts de keuze heb uit drie smaken Rutte, meer niet, maar zou ik het rode potlood niet willen hanteren, dan stel ik mij ondemocratisch op en in mijn notitieboekje stond al sinds 1985 dat zoiets als verwerpelijk gezien moet worden.

Leave a comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *